Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikelen 41, 162, 2° en 170 § 4.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 §3, 41 alinea 2 - 14° en 56 §3 7°
Wetboek van de inkomstenbelasting van 10 april 1992.
Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register.
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Besluit van de Gemeenteraad van 15 december 2025 betreffende het retributiereglement ter invordering van fiscale ontvangsten bij de gemeente (2026-2031).
Besluit van de Gemeenteraad van 14 december 2020 betreffende de goedkeuring van het belastingreglement op het verstrekken van toeristische logies (2021-2025).
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht in het Meerjarenplan 2026 - 2031 te handhaven en de bijhorende financiële toestand waarbij het bestuur kiest voor een gezond financieel beleid. In die zin komt de continuïteit van de werking van de gemeentediensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – niet in het gedrang.
Het verstrekken van toeristische logies is een economische activiteit die voor de natuurlijke of rechtspersonen, actief in deze sector, redelijkerwijze inkomsten genereren, wat derhalve des te meer verantwoordt dat ook zij de belastingen betalen die hen ten laste worden gelegd. De mensen die in de gemeente overnachten in een logiesverstrekkend bedrijf maken gebruik van de gemeentelijke voorzieningen, zodat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen voor gemeentelijke dienstverlening en voor de verfraaiing en de veiligheid van de gemeente aan de logiesverstrekkende sector die hieruit specifiek voordeel haalt. Het gaat om een belasting die door de exploitant kan worden doorgerekend aan de toerist en die betrekking heeft op elke overnachting in een logiesverstrekkend bedrijf, zoals gastenkamers, B&B’s, hotels, vakantielogies, vakantiewoningen en campings.
De jaarlijkse stijging van de inflatie wordt doorgerekend in de loonkost van de administratie door het principe van automatische loonindexering bij het overschrijden van de spilindex gekoppeld aan de gezondheidsindex. De verhoging van de loonkosten zorgt ervoor dat het aanbieden van de gemeentelijke voorzieningen duurder wordt. Het is gerechtvaardigd om de financiële tussenkomst van de belastingplichtigen aan te passen aan deze inflatiestijging. Het belastingtarief wordt daarom jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
Met ‘toerist’ wordt elke persoon bedoeld die verblijft op een andere dan zijn alledaagse omgeving. Het gaat dus niet enkel om vrijetijdstoerisme, maar ook om zakenreizen. Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verstrekken van toeristische logies zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet houdende het toeristische logies van 5 februari 2016. Het gaat om alle logiesvormen uit het logiesdecreet, behoudens de uitzonderingen verder vermeld.
De belastingplichtige is de uitbater van de toeristische logies. Het is hij die het voordeel haalt uit de investeringen van de gemeente Sint-Martens-Latem in het toerisme, gezien dit een vraag naar overnachtingen creëert waar de uitbater op inspeelt met zijn activiteit. Het tarief wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 5,66 euro per overnachting. Op die manier wordt de financiële last van deze bijkomende belasting, gespreid over alle aanbieders van toeristische logies naargelang het aantal toeristen dat zij ontvangen.
Er wordt uitdrukkelijk geen rekening gehouden met het tarief van de bedden die worden aangeboden, om enige discussie rond de toepassing van artikel 464 WIB 92 te vermijden (verbod op belastingen bepaald op de omzet). Daardoor wordt de belasting slechts bij benadering verdeeld overeenkomstig de financiële draagkracht van de logiesuitbaters. Het Hof van Cassatie heeft in het verleden echter bevestigd dat de verschillende vermogenstoestanden van de belastingplichtigen slechts op vereenvoudigde en benaderende wijze kunnen opgevangen worden in een belastingreglement (Cass. 1 oktober 1999, AR F.98.0111.N, Provincie Limburg / Mijnen NV, Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2000/5, 80).
Het is voor de toepassing van dit belastingreglement niet relevant of de concrete overnachting al dan niet betalend is. Hoewel het Logiesdecreet van 5 februari 2016 de toeristische logies aanduidt als de inrichting die aan één of meer toeristen tegen betaling wordt aangeboden op de toeristische markt, verhindert dit niet om de occasionele niet-betalende overnachtingen gelijk te belasten met de betalende overnachtingen, zolang het logies maar doorgaans tegen betaling wordt aangeboden op de markt en dus principieel onder de toepassing van het decreet (en het belastingreglement) valt.
De in het reglement opgenomen vrijstelling voor instellingen die zieken of gekwetsten verzorgen is te verantwoorden gezien het maatschappelijk nut van deze instellingen en het feit dat zij zonder winstbejag een doel van menslievendheid of maatschappelijk nut nastreven. Het is gerechtvaardigd om alleen die overnachtingen van volwassenen en jongeren – vanaf 12 jaar – te laten meetellen voor het berekenen van de belasting gezien de gemeente Sint-Martens-Latem zich als kindvriendelijke gemeente wenst te profileren.
Het aantal overnachtingen moet per semester in een aangifte worden gerapporteerd. Voor de startende uitbatingen gebeurt dit aan de hand van een register dat de administratie ter beschikking stelt. Uit dit register kan op elk moment de precieze bezetting van de uitbating worden nagegaan. Per maand wordt voorzien in een totaal, wat meteen de basis is voor de berekening van de belasting voor die maand. Het register moet steeds ter inzage liggen in de uitbating, of voor vakantiewoningen (incl. AirBNB) op een vooraf afgesproken locatie. Het reglement voorziet eveneens in een afwijkend register in de vorm voorgesteld door de uitbater, voor zover deze vorm aan een aantal minimumvereisten voldoet en door het college van burgemeester en schepenen uitdrukkelijk wordt goedgekeurd. Zo vermindert de administratieve last voor die uitbaters die over een geautomatiseerd systeem voor in- en uitchecken beschikken, en waaruit op elk moment een bezettings- en overzichtsrapport kan worden getrokken.
Onder bepaalde omstandigheden wordt de uitbater van de registratieplicht ontheven. Dit is het geval wanneer het register minimaal de 6 voorgaande semesters door de uitbater correct werd gebruikt, er geen boetes of ambtshalve belastingverhoging werden toegepast en er geen fiscale betwisting lopende is. Er is dan een zekere vertrouwensband opgebouwd met de uitbater, die verantwoordt dat het bijhouden van een register niet meer noodzakelijk is. Uiteraard blijft controle aan de hand van andere documenten – bvb. boekhouding – steeds mogelijk. Voor die uitbatingen die niet meer aan de registerplicht zijn onderworpen, wordt in een aangifteformulier voorzien waarin de totalen per maand ook per semester moeten worden aangegeven. De registerplicht kan terug van kracht worden, indien niet meer aan de voorwaarden is voldaan – de vertrouwensband is dan verbroken – of indien de aangegeven overnachtingen dalen met minstens 30 % ten opzichte van het corresponderende semester van het vorig aanslagjaar, of met minstens 20 % op jaarbasis.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het Meerjarenplan 2026 - 2031 onder jaarbudgetrekening GBB/0020-00/734190/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het verstrekken van toeristische logies (2026-2031), zoals opgenomen in bijlage van het besluit, goed en treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 2. Dit reglement vervangt het belastingreglement op het verstrekken van toeristische logies (2021-2025), zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 december 2020.
Bijlage: Belastingreglement op het verstrekken van toeristische logies (2026-2031)
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement gelden de definities bepaald in artikel 2 van het Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, onder meer:
Artikel 2. Toepassingsgebied
§1. De gemeente heft een indirecte belasting op het verstrekken van toeristische logies aan personen in de daartoe uitgeruste gelegenheden zoals bedoeld in artikel 3 van dit belastingreglement. De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
§2. Het belastingreglement is geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 3. Belastingplichtige
§1. Belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat conform de bepalingen van het logiesdecreet van 5 februari 2016 en zijn latere wijzigingen.
§2. Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een semester, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij de toeristische logies heeft aangeboden. In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant, is de belasting verschuldigd door de overnemende exploitant.
§3. In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
§4. In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’. Ingeval er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4. Hoofdelijkheid
De zakelijk gerechtigde(n) van het onroerend goed waarop of waarin de exploitatie is gevestigd, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Ingeval er meerdere zakelijk gerechtigde(n) zijn, zijn allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting wordt berekend als volgt:
§2. De belasting bedraagt 5,66 euro per overnachting en per persoon.
§3. Voor het belastingtarief wordt een jaarlijkse indexering voorzien op 1 januari, die gekoppeld is aan de gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement. Het belastingtarief wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat. De formule voor berekening die hierbij wordt toegepast: [huidig tarief] x [gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat] / [gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement].
Artikel 6. Vrijstellingen of verminderingen
Van de belasting worden vrijgesteld:
Artikel 7. Inning en invordering
§1. De inning en invordering gebeurt overeenkomstig de procedure voorzien in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De bepalingen inzake de verwijl- en moratoriuminteresten zijn op deze belasting van toepassing zoals betreffende de rijksbelastingen op de inkomsten.
§2. Invorderingsdocumenten worden door de gemeente in gesloten omslag toegezonden.
Als het gemeentebestuur voor een bepaalde belasting de eBox gebruikt om digitaal een invorderingsdocument ter beschikking te stellen en als de belastingplichtige de eBox activeerde, wordt dit invorderingsdocument echter uitsluitend via de eBox aangeboden. Het activeren van de eBox geldt als een uitdrukkelijke instemming met digitale aanbieding.
De digitale aanbieding, vermeld in het tweede lid, geldt als rechtsgeldige kennisgeving van dit invorderingsdocument en brengt dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de verzending ervan in gesloten omslag. Van zodra de eBox niet meer geactiveerd is, wordt het invorderingsdocument in kwestie door het gemeentebestuur toegezonden overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 8. Registerplicht
§1. De exploitant moet een door het gemeentebestuur aangeboden register bijhouden waarin o.a. per nacht het aantal logerende personen en het aantal bezette kamers wordt vermeld.
§2. Bij aanvang van de exploitatie en vóór elk aanslagjaar ontvangt de belastingplichtige een register. De belastingplichtige die dergelijk register niet ontvangt moet dit register spontaan vragen aan de Dienst Financiën per e-mail (belastingen@sint-martens-latem.be) of per post.
§3. Dit register moet steeds ter inzage liggen in het logiesverstrekkend bedrijf of op een vooraf afgesproken locatie, en spontaan worden voorgelegd aan de controlerende ambtenaren. Dit register vermeldt o.a. de recentste stand van het aantal overnachtingen.
§4. Op voorafgaande vraag en na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen kan er afgeweken worden van het voorgeschreven register. Het register moet in elk geval minimaal volgende gegevens bevatten:
§5. De registerplicht bedoeld in dit artikel wordt opgeheven voor die logiesverstrekkende bedrijven die aansluitend minimaal de vorige zes semesters werden belast op toeristische logies, voor zover geen fiscale betwistingen lopende zijn of in deze periode geen administratieve geldboete of ambtshalve belastingverhoging van toepassing zijn. Deze voorwaarde wordt jaarlijks op 1 december beoordeeld om van toepassing te zijn vanaf 1 januari van het volgende aanslagjaar.
§6. De registerplicht zoals bepaald in §1 wordt echter terug van kracht ingeval:
Artikel 9. Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige moet ten laatste veertien dagen na elk semester van het aanslagjaar de ingevulde, ondertekende en gedateerde registerbladen elektronisch bezorgen aan Dienst Financiën, via de gemeentelijke webapplicatie (indien van toepassing) of via belastingen@sint-martens-latem.be. Deze registerbladen gelden als aangifte.
§2. Indien een afwijking van het register door het college werd goedgekeurd, dienen eveneens de uittreksels of lijsten met de verplichte gegevens, ondertekend en gedateerd elektronisch te worden teruggestuurd naar de Dienst Financiën, via de gemeentelijke webapplicatie (indien van toepassing) of via belastingen@sint-martens-latem.be, en dit ten laatste veertien dagen na elk semester van het aanslagjaar. Deze uittreksels of lijsten gelden als aangifte. De belastbare overnachtingen dienen getotaliseerd te worden per maand.
§3. Ingeval er geen registerplicht wordt opgelegd, moet de uitbater een door het gemeentebestuur aangeboden aangifte ingevuld, ondertekend en gedateerd terugsturen naar de dienst Financiën, via de gemeentelijke webapplicatie (indien van toepassing) of via belastingen@sint-martens-latem.be, ten laatste veertien dagen na elk semester van het aanslagjaar. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier gekregen heeft, moet er zelf één vragen bij Dienst Financiën.
§4. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs. Als de aangifte digitaal verzonden wordt, geldt de datum van de verzending als datum van aangifte.
§5. Aangiftes worden elektronisch bezorgd aan Dienst Financiën naar het e-mailadres belastingen@sint-martens-latem.be, in afwachting van verplichte indiening via de website van de gemeente Sint-Martens-Latem. Iedere andere vorm van aangifte is ongeldig.
Artikel 10. Meldingsplicht
De exploitant van een logiesverstrekkend bedrijf moet in geval van het starten van een nieuwe exploitatie, de stopzetting of tijdelijk sluiten van een bestaande exploitatie, dit onmiddellijk melden aan Dienst Financiën. Deze melding kan via e-mail gebeuren naar belastingen@sint-martens-latem.be
Artikel 11. Controle en onderzoek
De door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personeelsleden, overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008, zijn gemachtigd om vaststellingen te doen van feiten die aanleiding gaven tot het vestigen van de belasting.
Zij controleren onder andere de oprechtheid van de aangiften, met alle middelen waarvoor zij beschikken. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken.
Zij zijn eveneens bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats kunnen hebben.
Artikel 12. Ambtshalve belasting
§1. Als er een onvolledige, onjuiste of geen aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 9, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast, mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorzien bepalingen.
§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 20% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding. Bij volgende overtredingen zal een verhoging van 50% of 100% worden toegepast bij respectievelijk een tweede en derde overtreding. Vanaf de vierde overtreding zal de belastingverhoging 200% bedragen. Voor de vaststelling van het toe te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd. De procedure van artikel 7§4 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt voor wat betreft de belastingverhoging, gevolgd.
§3. Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de digitale uitwisseling van fiscale berichten, met toepassing van artikel 7, is aan het vereiste van het aangetekend schrijven, vermeld in het voorgaande lid, voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de digitale verzending.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede lid van dit artikel, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via digitale weg, geldt de datum van de verzending als datum van de kennisgeving.
Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om digitale berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop de kennisgeving voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
Artikel 13. Administratieve geldboete
§1. Een administratieve geldboete van 250 euro wordt opgelegd in volgende gevallen:
Deze boetes zijn cumuleerbaar.
§2. Op het bedrag van de administratieve geldboete wordt een jaarlijkse indexering voorzien op 1 januari, die gekoppeld is aan de consumptieprijsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement. De administratieve boete wordt jaarlijks aangepast aan de consumptieprijsindex van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. De formule voor berekening die hierbij wordt toegepast: [huidig tarief] x [consumptieprijsindex (2013 = 100) van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat] / [consumptieprijsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement].
Na indexering rondt de gemeente de administratieve geldboete af naar het dichtstbijzijnde veelvoud van euro.
§3. De administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
Artikel 14. Bezwaren
§1. Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting en administratieve geldboete een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet digitaal verzonden werd, geldt de datum van verzending als datum van zijn verzending.
Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om digitale berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
§2. Het bezwaarschrift moet ofwel schriftelijk ingediend worden (aangetekend of tegen ontvangstbewijs) ofwel digitaal op volgend e-mailadres: belastingen@sint-martens-latem.be . Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en de motivatie samen met een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
Artikel 15. Bekendmaking
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286§1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke website: www.sint-martens-latem.be