Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41 2°
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Wet van 20 februari 2017 tot wijziging van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd, artikel 298 en 443bis, §3, 3°
Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
Wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX “Schulden van de consument” in het Wetboek van Economisch Recht
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 177.
Het antwoord van minister Liesbeth Homans op de schriftelijke vraag nr. 207 van 15 januari 2018 van de heer Marnic De Meulemeester inzake een retributiereglement van lokale besturen op administratiekosten bij fiscale schuldvorderingen
De kostprijs van het debiteurenbeheer wil het lokaal bestuur in de mate van het mogelijke verhalen op de wanbetalers, zodat niet alle burgers moeten bijdragen aan de kosten die gemaakt moeten worden voor een (kleine) groep slechte betalers. Hierbij wordt gewaakt over de (wettelijke) doelstelling van bestrijding en voorkoming van armoede.
Als een burger die van goede wil is betalingsmoeilijkheden ondervindt, zal hij of zij steeds de kans krijgen om een betalingsregeling af te spreken.
De invorderingsprocedure mag niet leiden tot een opeenstapeling van kosten. De verzending van de schuldvordering gebeurt zonder aanrekening van kosten. Daarnaast zal een eerste niet-aangetekende aanmaning gratis worden verstuurd vooraleer een tweede en derde aanmaning worden verstuurd waar kosten aan verbonden zijn. In de volgende stappen van invordering (bevel tot betaling, derdenbeslag, hypothecaire inschrijving) worden administratieve kosten aangerekend bovenop de eventuele gerechtsdeurwaarderskosten en andere reële kosten.
Bij betaling worden eerst de administratiekosten aangezuiverd en vervolgens de hoofdsom van de schuldvordering.
Om de kans op invordering te maximaliseren wordt voorzien dat de financieel directeur indien nodig kan afwijken van deze procedure in een specifiek dossier.
Artikel 1. De gemeenteraad keurt het retributiereglement ter invordering van fiscale ontvangsten bij de gemeente (2026-2031), zoals opgenomen in bijlage van het besluit, goed en treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 2. Dit reglement vervangt het retributiereglement fiscale en niet-fiscale ontvangsten, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 mei 2019.
Bijlage: Retributiereglement ter invordering van fiscale ontvangsten bij de gemeente (2026-2031)
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 2. Toepassingsgebied
§1. De gemeente heft een retributie voor de administratie- en aanmaningskosten verbonden aan de invordering van openstaande fiscale invorderingen bij de gemeente.
Dit retributiereglement is van toepassing op de fiscale ontvangsten bij de gemeente die worden geïnd vanaf 1 januari 2026.
§2. Het retributiereglement is geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 3. Heffingsplichtige
De retributie is verschuldigd door de schuldenaar die de fiscale vordering niet betaalt binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn.
Artikel 4. Retributie
§1. De schuldenaar van fiscale ontvangsten wordt een wettelijke betalingstermijn van 2 maanden verleend, volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Hierbij wordt de aandacht gevestigd op de mogelijkheid en de wijze om een bezwaar in te dienen.
§2. Indien de schuldenaar niet betaalt binnen de betalingstermijn van 2 maanden wordt gratis een eerste aanmaning verstuurd met een betalingstermijn van 14 dagen, volgend op de datum van de eerste aanmaning.
§3. Indien de schuldenaar niet betaalt binnen de betalingstermijn van de eerste aanmaning, wordt een kost van 25 euro aangerekend voor de aangetekende verzending van een tweede aanmaning met een betalingstermijn van 14 dagen.
§4. Indien de schuldenaar niet betaalt binnen de betalingstermijn van de tweede aanmaning, wordt een kost van 30 euro aangerekend voor de aangetekende verzending van een derde aanmaning met een betalingstermijn van 14 dagen.
Gezien de beginselen van behoorlijk bestuur wordt bij het verzenden van deze laatste aangetekende aanmaning melding gegeven dat in de volgende fase een bevel tot betaling zal worden overgemaakt bij deurwaardersexploot indien het totaal openstaand bedrag niet wordt vereffend binnen voormelde termijn of de schuldvordering niet redelijk en gegrond wordt betwist.
§5. Indien een schuldenaar een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 25 euro aangerekend.
§6. Wanneer de schuldenaar na de derde aangetekende aanmaning niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een bevel tot betaling met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder.
Bovenop de gerechtsdeurwaarderskosten wordt een administratieve kost van 35 euro aangerekend voor de opmaak van het bevel tot betaling en het overmaken van het dossier aan de gerechtsdeurwaarder.
§7. Indien na betekening van een bevel tot betaling de schuldenaar nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hierbij wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven. Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de schuldenaar.
§8. Bovenstaande procedure bevat minimaal de vereiste stappen voor inning van ontvangsten. De financieel directeur kan naargelang het voorliggend dossier afwijken van deze procedure als de kans op invordering in het gedrang komt.
Artikel 5. Inning
§1. Bij betaling zullen eerst de volgens onderhavig retributiereglement aangerekende kosten aangezuiverd worden, en vervolgens de openstaande fiscale ontvangst.
§2. Als het gemeentebestuur voor een bepaalde belasting de eBox gebruikt om digitaal een invorderingsdocument ter beschikking te stellen en als de belastingplichtige de eBox activeerde, wordt dit invorderingsdocument echter uitsluitend via de eBox aangeboden. Het activeren van de eBox geldt als een uitdrukkelijke instemming met digitale aanbieding.
De digitale aanbieding geldt als rechtsgeldige kennisgeving van dit invorderingsdocument en brengt dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de verzending ervan in gesloten omslag. Van zodra de eBox niet meer geactiveerd is, wordt het invorderingsdocument in kwestie door het gemeentebestuur toegezonden overeenkomstig artikel 4.
Artikel 6. Klachten en bezwaren
In geval van bezwaar op onderhavig retributiereglement wordt de gemeentelijke klachtenprocedure gevolgd.
Artikel 7. Opheffingsbepaling
Met de inwerkingtreding van dit retributiereglement wordt het besluit opgeheven van de gemeenteraad van 27 mei 2019 betreffende het retributiereglement fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Artikel 8. Bekendmaking
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het retributiereglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 § 1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke website: www.sint-martens-latem.be