Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten (2026 - 2031): goedkeuring

Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
Pieter Vanderheyden, Burgemeester
Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Gemeenteraadslid
Jef Van den Heede, Algemeen directeur - waarnemend
Bevoegdheid

Gecoördineerde Grondwet van België van 17 februari 1994, artikelen 41, 162, 2° en 170 § 4. 

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 §3, 41 alinea 2 - 14° en 56 §3 7°. 

Juridisch kader

Wetboek van de inkomstenbelasting van 10 april 1992. 

Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen. 

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, met latere wijzigingen.

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017,  artikels 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 341  

Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), met latere wijzigingen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register.

Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019. 

Besluit van de Gemeenteraad van 15 december 2025 betreffende het retributiereglement ter invordering van fiscale ontvangsten bij de gemeente (2026-2031). 

Verwijzingen

Besluit van de Gemeenteraad van 14 december 2020 betreffende de goedkeuring van het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten (2021 - 2025).

Besluit van de Gemeenteraad van 27 februari 2023 betreffende de aanpassing van het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten (2021 - 2025).

Motivering

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht in het Meerjarenplan 2026 - 2031 te handhaven en de bijhorende financiële toestand waarbij het bestuur kiest voor een gezond financieel beleid.

 

Op de openbare wegen komen regelmatig papier van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten terecht. De verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten leidt bovendien tot een overbodige grote verhoging van papierafval en tot bijkomende kosten voor de gemeente bij de papierophaling en/of verwerking ervan.

 

Het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ betekent dat de kosten voor maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging en voor het herstellen van schade voor rekening zijn van de vervuiler.

Een belasting moet effectueerbaar, rendabel en eenvoudig uitvoerbaar zijn, rekening houdende met de kosten verbonden aan de controle, vestiging en inning van de belasting. Vandaar dat de gemeente als één bedelingsgebied wordt beschouwd voor de bepaling van de belastbare grondslag.

 

De jaarlijkse stijging van de inflatie wordt doorgerekend in de loonkost van de administratie door het principe van automatische loonindexering bij het overschrijden van de spilindex gekoppeld aan de gezondheidsindex. De verhoging van de loonkosten zorgt ervoor dat de gemeentelijke dienstverlening duurder wordt. Het is gerechtvaardigd om de financiële tussenkomst van de belastingplichtigen aan te passen aan deze inflatiestijging. De belastingtarieven worden daarom jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

 

Het is redelijk en objectief gerechtvaardigd om een vrijstelling in te voeren voor de drukwerken vanwege door de gemeente erkende verenigingen, gemeentelijke adviesraden, scholen, overheden, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en politieke partijen, aangezien deze instellingen niet stelselmatig drukwerken verspreiden en deze drukwerken meestal van geringe omvang zijn. De door deze instellingen uitgegeven drukwerken houden veelal een noodzakelijk en rechtstreeks verband met hun socio-culturele aard of onderwijsfunctie, zodat zij een bepaalde taak van gemeentelijke of algemeen belang dan wel van openbaar nut vervullen.

 

Het is tevens redelijk en objectief gerechtvaardigd om een vrijstelling in te voeren voor enkelbladige drukwerken kleiner dan of gelijk aan A4, aangezien de financiële en ecologische impact veel minder zwaar weegt dan de verspreiding van meerbladige of grotere drukwerken.

Visum en budget

De ontvangsten zijn ingeschreven in het Meerjarenplan 2026 - 2031 onder jaarbudgetrekening GBB/0020-00/734240/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.

Publieke stemming
Aanwezig: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Jef Van den Heede
Voorstanders: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1. De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten (2026-2031), zoals opgenomen in bijlage van het besluit, goed en treedt in werking op 1 januari 2026. 

Artikel 2. Dit reglement vervangt het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten (2021-2025), zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 december 2020 en aangepast door de gemeenteraad op 27 februari 2023.


Bijlage: Belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten (2026-2031)


Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:

  1. Drukwerk : bedrukt papier of karton (o.a. folders, brochures, kranten, catalogi, flyers, …).
  2. Gelijkgestelde producten : onder meer alle stalen en reclamedragers van gelijk welke aard tot gebruik, verbruik of aankoop van diensten, producten of transacties. Deze opsomming is niet limitatief.
  3. Ongeadresseerde verspreiding : het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond of het verspreiden op de openbare weg. Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.

 

Artikel 2. Toepassingsgebied

§1. De gemeente heft een indirecte belasting op het verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente Sint-Martens-Latem, ongeacht ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.

De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en 2031.  

 

§2. Het belastingreglement is geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Artikel 3. Belastingplichtige

§1. Belastingplichtige is diegene die als (verantwoordelijke) uitgever op het drukwerk of daarmee gelijkgesteld product staat vermeld. Wanneer de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever.

 

§2. Bij gebrek aan een (verantwoordelijke) uitgever met een Belgische vestiging of bij gebrek aan vermelding van de (verantwoordelijke) uitgever op het drukwerk of op het daarmee gelijkgestelde product, is de belasting verschuldigd door de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of gelijkgesteld product wordt verdeeld.

 

§3. Indien er geen (verantwoordelijke) uitgever staat vermeld op het drukwerk of de (verantwoordelijke) uitgever geen Belgische vestiging heeft, en ook de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of gelijkgesteld product wordt verdeeld niet is gekend, is de belasting verschuldigd door de opdrachtgever van de verdeler van het drukwerk of het daarmee gelijkgesteld product.

 

§4. Indien de belastingplichtige niet gekend is met toepassing van artikel 3§1 tot en met §3, is de verdeler van het drukwerk of daarmee gelijkgesteld product de belasting verschuldigd.

 

§5. In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.


§6. In geval er meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

 

Artikel 4. Hoofdelijkheid

§1. De fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of gelijkgestelde producten worden verspreid is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

§2. Indien een drukwerk of gelijkgesteld product betrekking heeft op meerdere fysieke of rechtspersonen onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of gelijkgestelde producten worden verspreid, is elk van deze fysieke of rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarief

§1. De belasting is verschuldigd op het ogenblik van de verspreiding van het drukwerk of een daarmee gelijkgesteld product.

 

§2. De belasting wordt berekend als volgt:

  • 0,03 euro per enkelbladig exemplaar (met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan een A3 formaat);
  • 0,06 euro per meerbladig exemplaar ongeacht of deze exemplaren zijn gebundeld met een wikkel of in elkaar zijn geschoven;
  • 0,06 euro per exemplaar voor gelijkgestelde producten.

 

§3. Het totale grondgebied van de gemeente Sint-Martens-Latem is één bedelingsgebied. Bij de bedeling van drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten in de gemeente, is steeds de aanslag verschuldigd voor het volledige bedelingsgebied.

Het aantal brievenbussen dat het bedelingsgebied telt, zal jaarlijks worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de gegevens van BD (Belgische Distributiedienst).

 

§4. Voor de belastingtarieven wordt een jaarlijkse indexering voorzien op 1 januari, die gekoppeld is aan de gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement. De belastingtarieven worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat. De formule voor berekening die hierbij wordt toegepast: [huidig tarief] x [gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat] / [gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement].

 

Artikel 6. Vrijstellingen of verminderingen

Van de belasting worden vrijgesteld:

  1. drukwerken van door de gemeente erkende verenigingen, gemeentelijke adviesraden, scholen, overheden, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en politieke partijen;
  2. enkelbladige drukwerken kleiner dan of gelijk aan A4.

 

Artikel 7. Inning en invordering

§1. De invordering gebeurt overeenkomstig de procedure voorzien in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.  De bepalingen inzake de verwijl- en moratoriuminteresten zijn op deze belasting van toepassing zoals betreffende de rijksbelastingen op de inkomsten.


§2. Invorderingsdocumenten worden door de gemeente in gesloten omslag toegezonden. 

Als het gemeentebestuur voor een bepaalde belasting de eBox gebruikt om digitaal een invorderingsdocument ter beschikking te stellen en als de belastingplichtige de eBox activeerde, wordt dit invorderingsdocument echter uitsluitend via de eBox aangeboden. Het activeren van de eBox geldt als een uitdrukkelijke instemming met digitale aanbieding. 

De digitale aanbieding, vermeld in het tweede lid, geldt als rechtsgeldige kennisgeving van dit invorderingsdocument en brengt dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de verzending ervan in gesloten omslag. Van zodra de eBox niet meer geactiveerd is, wordt het invorderingsdocument in kwestie door het gemeentebestuur toegezonden overeenkomstig het eerste lid. 

 

Artikel 8. Aangifteplicht

§1. De belastingplichtige moet ten laatste voor het einde van ieder kwartaal vooraf aangifte doen van elke verspreiding van de onder artikel 1 bedoelde drukwerken of gelijkgestelde producten bij het gemeentebestuur, via de gemeentelijke webapplicatie. De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten, nodig voor het vestigen van de aanslag.

Voor het eerste kwartaal dient de aangifte te gebeuren ten laatste op 31 maart van het aanslagjaar, voor het tweede kwartaal ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, voor het derde kwartaal ten laatste op 30 september van het aanslagjaar en voor het vierde kwartaal ten laatste op 31 december van het aanslagjaar.


§2. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is verzonden. Voor een digitale aangifte, geldt de datum van de verzending als datum van aangifte. 


Artikel 9. Controle en onderzoek

De door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personeelsleden, overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008, zijn gemachtigd om vaststellingen te doen van feiten die aanleiding gaven tot het vestigen van de belasting.  

Zij controleren onder andere de oprechtheid van de aangiften, met alle middelen waarvoor zij beschikken. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken.

Zij zijn eveneens bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats kunnen hebben.


Artikel 10. Ambtshalve belasting

§1.  Als er een onvolledige, onjuiste of geen aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 8, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast, mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen. 


§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 20% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding. Bij volgende overtredingen zal een verhoging van 50% of 100% worden toegepast bij respectievelijk een tweede en derde overtreding. Vanaf de vierde overtreding zal de belastingverhoging 200% bedragen. Voor de vaststelling van het toe te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste vijf opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende vijf opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd. De procedure van artikel 7§4 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt voor wat betreft de belastingverhoging, gevolgd. 


§3. Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting. 

Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de digitale uitwisseling van fiscale berichten, met toepassing van artikel 7, is aan het vereiste van het aangetekend schrijven, vermeld in het voorgaande lid, voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de digitale verzending. 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede lid van dit artikel, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via digitale weg, geldt de datum van de verzending als datum van de kennisgeving. 

Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om digitale berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop de kennisgeving voor de belastingplichtige toegankelijk wordt. 

 

Artikel 11. Bezwaren

§1. Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen. 

Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. 

Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet digitaal verzonden werdgeldt de datum van verzending als datum van zijn verzending. 

Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om digitale berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt. 


§2. Het bezwaarschrift moet ofwel schriftelijk ingediend worden (aangetekend of tegen ontvangstbewijs) ofwel digitaal op volgend e-mailadres: belastingen@sint-martens-latem.be . Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en de motivatie samen met een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.  

 

Artikel 12. Bekendmaking

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 § 1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

Dit reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke website: www.sint-martens-latem.be