Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikelen 41, 162, 2° en 170 § 4.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 §3, 41 alinea 2 - 14° en 56 §3 7°
Wetboek van de inkomstenbelasting van 10 april 1992.
Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Decreet van 19 april 1995 betreffende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 341.
Decreet van 17 juli 2020 betreffende de Vlaamse Codex Wonen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register.
Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen.
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Besluit van de Gemeenteraad van 15 december 2025 betreffende het retributiereglement ter invordering van fiscale ontvangsten bij de gemeente (2026-2031).
Besluit van de gemeenteraad van 16 september 2019 betreffende de deelname aan de interlokale vereniging 'Wonen Leie & Schelde' en goedkeuring statuten.
Besluit van de gemeenteraad van 14 december 2020 betreffende de goedkeuring van het belastingreglement op leegstaande woningen en/of gebouwen in het leegstandsregister (2021-2025).
Besluit van de gemeenteraad van 15 september 2025 betreffende de deelname aan de interlokale vereniging 'Wonen Leie & Schelde', goedkeuring subsidiedossier 2026-2031 en goedkeuring statuten.
Besluit van de gemeenteraad van 15 december 2025 betreffende de goedkeuring van het reglement van voor de opmaak en het beheer van het leegstandsregister.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht in het Meerjarenplan 2026 - 2031 te handhaven en de bijhorende financiële toestand waarbij het bestuur kiest voor een gezond financieel beleid.
Om de problematiek van leegstand in de regio beter te coördineren is de gemeente in 2019 toegetreden tot de interlokale vereniging ‘Wonen Leie & Schelde’ met werkingsgebied Nazareth-De Pinte, Merelbeke-Melle, Gavere en Sint-Martens-Latem. Om bovengemeentelijke afstemming te bekomen, werd afgesproken om zowel het reglement voor de opmaak en het beheer van het leegstandsregister als het toepasselijk belastingreglement op de leegstand van woningen en gebouwen te hernieuwen na onderlinge afstemming.
Leegstaande woningen en gebouwen zorgen op diverse manieren voor overlast. Leegstand is veelal een voorbode van verwaarlozing en verkrotting. Langdurige leegstand zal dan ook meer lasten voor de lokale overheid met zich meebrengen onder de vorm van grotere politionele inzet, bestrijden van sluikstorten, overlast, nemen van maatregelen om de aantrekkelijkheid van de gemeente te behouden of te verbeteren.
Daarnaast zijn leegstaande woningen niet beschikbaar voor de huizenmarkt. Er is reeds een tekort op de huizenmarkt, waardoor de huur- en verkoopprijzen hoog blijven. Tevens blijkt dat een grote groep mensen in de onmogelijkheid is om een betaalbare woning te vinden. Leegstand vormt ook een van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en of dorpskern en omliggende straten. Het beïnvloedt op negatieve wijze de aantrekkelijkheid van een gemeente doordat een desolate indruk wordt gecreëerd. Leegstand bij gebouwen veroorzaakt bovendien een sneeuwbaleffect waardoor de handelsfunctie in bepaalde buurten verzwakt.
Leegstand moet dan ook worden bestreden, (o.a.) door middel van een leegstandsbelasting, een belasting waarvoor er in voorliggend reglement echter ook een aantal vrijstellingen zijn opgenomen die aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente en die verantwoord zijn aangezien:
De jaarlijkse stijging van de inflatie wordt doorgerekend in de loonkost van de administratie door het principe van automatische loonindexering bij het overschrijden van de spilindex gekoppeld aan de gezondheidsindex. De verhoging van de loonkosten zorgt ervoor dat het aanbieden van de gemeentelijke voorzieningen duurder wordt. Het is gerechtvaardigd om de financiële tussenkomst van de belastingplichtigen aan te passen aan deze inflatiestijging. Het belastingtarief wordt daarom jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het Meerjarenplan 2026 - 2031 onder jaarbudgetrekening GBB/0020-00/737400/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. De gemeenteraad keurt het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen opgenomen in het leegstandsregister (2026-2031), zoals opgenomen in bijlage van het besluit, goed en treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 2. Dit reglement vervangt het belastingreglement op leegstaande woningen en/of gebouwen opgenomen in het leegstandsregister (2021-2025), zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 december 2020.
Bijlage: Belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen opgenomen in het leegstandsregister (2026-2031)
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2. Toepassingsgebied
§1. De gemeente heft een indirecte belasting op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
§2. Het belastingreglement is geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 3. De belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de belastingplichtige van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
§3. In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
§4. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het onroerend goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Ontbreekt de kennisgeving aan de gemeente dan wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van paragraaf één, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 4. Hoofdelijkheid
Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting is jaarlijks, ineens en ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd, per leegstaande woning of leegstaand gebouw.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
§3. Het bedrag wordt vastgesteld op:
Het bedrag wordt verhoogd voor iedere bijkomende opeenvolgende termijn van twaalf maanden registratie in het leegstandsregister en bedraagt volgens onderstaande tabel:
|
|
Tweede jaar |
Derde jaar |
Vierde en volgende jaren |
| Woning |
3.125,00 euro |
4.687,00 euro |
6.250,00 euro |
| Gebouw |
6.250,00 euro |
9.375,00 euro |
12.500,00 euro |
§4. Voor de belastingtarieven wordt een jaarlijkse indexering voorzien op 1 januari, die gekoppeld is aan de gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement. De belastingtarieven worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat. De formule voor berekening die hierbij wordt toegepast: [huidig tarief] x [gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat] / [gezondheidsindex (2013 = 100) van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit reglement]. Na indexering rondt de gemeente het tarief van de belasting af naar het dichtstbijzijnde veelvoud van euro.
§5. In het geval de woning of het gebouw ook opgenomen is in het verwaarlozingsregister, dan is de belasting verschuldigd per afzonderlijke opname in het leegstandsregister en het verwaarlozingsregister.
Artikel 6. Vrijstellingen of vermindering
§1. Een vrijstelling kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie aan de hand van een gemotiveerd verzoek en voorzien van de nodige bewijsstukken. Deze aanvraag moet ingediend worden voor het verstrijken van de verjaardag van opname in het leegstandsregister.
§2. De vrijstelling van belasting heeft geen impact op de opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft niet doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Als de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, zal de heffing berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister en worden de jaren vrijstelling in min genomen.
§3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld om persoonsgebonden redenen:
§4. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld om gebouwgebonden redenen:
De woning of het gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een ramp. Deze vrijstelling geldt voor een periode van twee opeenvolgende aanslagjaren volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.
De woning of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één aanslagjaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.
De woning of het gebouw waarvoor een goedkeuring in eerste aanleg werd ontvangen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen waarna een derdenberoep volgde. De belastingplichtigen kunnen éénmalig beroep doen op deze vrijstelling. De vrijstelling geldt voor één aanslagjaar volgend op het derdenberoep.
De woning of het gebouw dat wordt gerenoveerd op basis van één van deze twee gevallen van renovatie:
De woning of het gebouw dat wordt gerenoveerd of verbouwd binnen een ruimer renovatieproject van groepswoningen en waarvoor een gedetailleerde renovatieplanning werd ingediend op het lokaal woonoverleg. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van één aanslagjaar volgend op het moment dat de planning is bezorgd aan de leden van het lokaal woonoverleg. De vrijstelling kan drie maal voor één aanslagjaar worden verlengd mits positief advies van het lokaal woonoverleg over de voortgang van de renovatieplanning.
De woning of het gebouw dat krachtens decreet beschermd is als monument of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en dit beschermingsstatuut de aanwending van het gebouw of de woning onmogelijk maakt. Deze vrijstelling geldt voor drie opeenvolgende aanslagjaren.
De woning of het gebouw dat leegstaat wegens overmacht. De leegstand is te wijten aan redenen buiten de wil van de belastingplichtige en er kan redelijkerwijze niet worden verwacht dat deze een einde stelt aan de leegstand. De belastingplichtige draagt hiervoor de bewijslast. Deze vrijstelling geldt voor één aanslagjaar.
Artikel 7. Inning en invordering
§1. De invordering gebeurt overeenkomstig de procedure voorzien in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Invorderingsdocumenten worden door de gemeente in gesloten omslag toegezonden.
Als het gemeentebestuur voor een bepaalde belasting de eBox gebruikt om digitaal een invorderingsdocument ter beschikking te stellen en als de belastingplichtige de eBox activeerde, wordt dit invorderingsdocument echter uitsluitend via de eBox aangeboden. Het activeren van de eBox geldt als een uitdrukkelijke instemming met digitale aanbieding.
De digitale aanbieding, vermeld in het tweede lid, geldt als rechtsgeldige kennisgeving van dit invorderingsdocument en brengt dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de verzending ervan in gesloten omslag. Van zodra de eBox niet meer geactiveerd is, wordt het invorderingsdocument in kwestie door het gemeentebestuur toegezonden overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 8. Controle en onderzoek
De door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personeelsleden, overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008, zijn gemachtigd om vaststellingen te doen van feiten die aanleiding gaven tot het vestigen van de belasting.
Zij controleren onder andere de oprechtheid van de aanvragen, met alle middelen waarvoor zij beschikken. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken.
Zij zijn eveneens bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats kunnen hebben.
Artikel 9. Bezwaar
§1. Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet digitaal verzonden werd, geldt de datum van verzending als datum van zijn verzending.
Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om digitale berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
§2. Het bezwaarschrift moet ofwel schriftelijk ingediend worden (aangetekend of tegen ontvangstbewijs) ofwel digitaal op volgend e-mailadres: belastingen@sint-martens-latem.be . Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en de motivatie samen met een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
Artikel 10. Overgangsbepalingen
§1. Een reeds toegekende vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond onder een vorig belastingreglement kan door dezelfde belastingplichtige voor dezelfde woning of gebouw niet opnieuw worden verkregen op basis van het huidige belastingreglement.
Als op een vrijstelling meerdere aanslagjaren beroep kan worden gedaan, dan wordt het aantal jaren waarvoor, onder een vorig belastingreglement, al een vrijstelling werd toegekend in mindering gebracht van het totaal aantal jaren vrijstelling op (basis van dezelfde of gelijkaardige grond) voorzien in dit belastingreglement.
De opnamedatum van de panden in het leegstandsregister blijft behouden.
§2. Het ‘Belastingreglement op leegstaande woningen en/of gebouwen opgenomen in het leegstandsregister’, goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 december 2020 wordt voor belastbare feiten die zich voltrekken vanaf 1 januari 2026 opgeheven met ingang van 1 januari 2026 en vervangen door dit besluit. Dit belastingreglement blijft van toepassing voor belastbare feiten uiterlijk voltrokken op 31 december 2025. Opnames in het leegstandsregister voor 1 januari 2026 op grond van eerdere reglementen blijven onverminderd bestaan.
Artikel 11. Bekendmaking
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286§1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke website: www.sint-martens-latem.be