Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 74.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 74, 277 en 278.
Het zittingsverslag werd vervangen door een audio-opname die beschikbaar wordt gesteld op de website.
Enig artikel. Keurt de notulen en het zittingsverslag van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 20 oktober 2025 goed.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 78 al. 2-3°.
Het besluit van d raad voor maatschappelijk welzijn van 28 juni 2021 houdende vaststelling personeelsformatie statutair en contractueel personeel OCMW.
Overeenkomstig artikel 161 van het decreet over het lokaal bestuur stellen de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn het gezamenlijk organogram op.
Overeenkomstig artikel 78 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 kan de raad voor maatschappelijk welzijn reglementen met betrekking tot personeelsaangelegenheden delegeren aan het vast bureau. Alhoewel de personeelsformatie door het decreet niet wordt opgelegd als een verplicht instrument, blijft het aangewezen een personeelsformatie (of -plan) te hanteren als beleidsinstrument. Anderzijds is het van belang tijdig te kunnen bijsturen naar aanleiding van de snel evoluerende regelgeving en nieuw opgelegde taken aan het lokaal bestuur zodat de dagelijkse werking niet in het gedrang komt.
Artikel 1. De vaststelling van een personeelsformatie en van het gezamenlijk organogram wordt gedelegeerd aan het vast bureau.
Art. 2. Het vast bureau rapporteert jaarlijks over de evolutie ter gelegenheid van de bespreking van de jaarrekening.
Art. 3. Ons besluit van 28 juni 2021 houdende vaststelling personeelsformatie statutair en contractueel personeel OCMW wordt opgeheven met ingang van heden.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (meer bepaald artikel 77).
Besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en latere wijzigingen.
Beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 6 mei 1986: Dienst onthaalmoeders – samenwerking met OCMW De Pinte.
Beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 juni 1987: Dienst onthaalmoeders – wijziging overeenkomst met OCMW De Pinte.
Beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 29 maart 1988: Dienst onthaalmoeders – samenwerkingsovereenkomst met OCMW De Pinte.
Beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 20 december 2021: samenwerkingsovereenkomst organisator gezins-en groepsopvang De Pinte - Sint-Martens-Latem.
Het OCMW De Pinte startte met een dienst voor onthaalouders op 14/09/1979. Na enkele jaren sloot het OCMW Sint-Martens-Latem bij dit initiatief aan. Op 6 mei 1986 werd een eerste samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen het OCMW De Pinte en het OCMW Sint-Martens-Latem en dit voor onbepaalde duur. Er gebeurden lichte wijzigingen aan de overeenkomst in 1987 en 1988. De intergemeentelijke samenwerking met betrekking tot het thema kinderopvang en meer bepaald voor de Dienst voorschoolse opvang (vroeger organisator Gezins- en Groepsopvang) wordt nog steeds als een meerwaarde gezien. Een actualisatie van de samenwerkingsovereenkomst dringt zich op door wijzigingen in de werking en de wetgeving.
De samenwerkingsovereenkomst Dienst voorschoolse opvang (DVO) Nazareth - De Pinte en Sint-Martens-Latem is door de fusie aan actualisatie toe.
Om de afrekening die we jaarlijks krijgen transparant te maken werden alle afspraken duidelijk genoteerd, net als de onderverdeling tussen werkingskosten, inrichtingskosten en kosten voor gebouwenbeheer. Ook de wijzigingen in de wetgeving die op komst zijn door het masterplan kinderopvang van minister Gennez werden hierin reeds zo goed als mogelijk opgenomen.
De belangrijkste wijzigingen zijn de administratieve aanpassingen door de fusie, de opzegmodaliteiten, de afspraken rond communicatie en overleg en de financiële afspraken.
De financiële dienst gaf gunstig advies op 31 oktober 2025 met visumnummer 2025/10.204.
Voor de werkingskosten van de Organisator Gezins- en Groepsopvang wordt budget voorzien op budgetcode GBB/0945-00/649411/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Voor de inrichtingskosten wordt budget voorzien op budgetcode GBB/0945-00/643100/Gemeente/CBS/IP-GEEN.
Voor de kosten gebouwenbeheer en veiligheid wordt budget voorzien op budgetcode GBB/0945-00/610300/Gemeente/CBS/IP-GEEN.
Gunstig visum 2025/10.204 van Financiële dienst van 31 oktober 2025
Artikel 1. De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt de 'Samenwerkingsovereenkomst Dienst Voorschoolse Opvang Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem goed.
Art. 2. De samenwerkingsovereenkomst wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Art. 3. Deze overeenkomst gaat van start vanaf 1 januari 2026 en heft alle voorgaande overeenkomsten op.
Art. 4. Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan het lokaal bestuur Nazareth-De Pinte.
BIJLAGE Samenwerkingsovereenkomst Dienst Voorschoolse Opvang Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem
Tussen
Lokaal bestuur Nazareth-De Pinte, (Gemeenteplein 1, 9840 Nazareth-De Pinte) vertegenwoordigd door Thomas Van Ongeval, burgemeester, en Steven Van de Velde, algemeen directeur
En
Lokaal bestuur Sint-Martens-Latem (Dorp 1, 9830 Sint-Martens-Latem) vertegenwoordigd door Filip Vanparys, voorzitter gemeenteraad en Jef Van den Heede, waarnemend algemeen directeur
wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met betrekking tot de Dienst voorschoolse opvang Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem, hierna verder Dienst voorschoolse opvang of kortweg DVO genoemd. De Dienst voorschoolse opvang heeft bij Agentschap Opgroeien erkenningsnummer 10212.
Teneinde uniformiteit voor de kinderopvanginitiatieven aangesloten bij de DVO op het grondgebied van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem te waarborgen, is een samenwerking tussen beide lokale besturen noodzakelijk.
Onder lokaal bestuur mag verstaan worden: het bestuur op gemeentelijk niveau, bestaande uit gemeente en OCMW samen.
De Dienst voorschoolse opvang coördineert gezins- en groepsopvang op het grondgebied van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem, voor zover deze kinderopvanginitiatieven bij de DVO zijn aangesloten. Het betreft bij voorkeur inkomensgerelateerde opvanginitiatieven, maar ook niet-inkomensgerelateerde opvanginitiatieven kunnen aansluiten bij de DVO.
De prioritaire doelstelling van de DVO bestaat erin te streven naar voldoende opvangplaatsen op het grondgebied van beide lokale besturen.
Het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen voor gezins- en groepsopvang op het grondgebied van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem wordt door het Agentschap Opgroeien vastgesteld.
Artikel 2: Dagelijkse leiding
Lokaal bestuur Nazareth-De Pinte is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de DVO en staat in voor de inzet en omkadering van het personeel noodzakelijk voor het uitvoeren van de samenwerkingsovereenkomst. Bij aanvang van deze samenwerkingsovereenkomst wordt uitgegaan van 2 VTE coördinatoren en 0,2 VTE administratief medewerker als vereist personeel.
Bij het niet invullen van de coördinatoren functie, kan de administratieve ondersteuning verhoogd worden tot maximaal 0.5VTE of dient er overleg gepleegd te worden tussen de betrokken lokale besturen.
Deze formatie kan nog gewijzigd worden na voorafgaand akkoord van het college van burgemeester en schepenen van beide besturen.
Deze kosten van de tewerkstelling van hogervermelde VTE’s worden bij de eindafrekening jaarlijks
conform onderstaande verdeelsleutel verrekend met het lokaal bestuur Sint-Martens-Latem:
Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen per grondgebied Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen
op beide grondgebieden van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem
Professionele inzet van de coördinatoren of administratief medewerker die geen betrekking heeft op de DVO wordt niet meegerekend in de hogervermelde VTE’s.
Artikel 3: kwaliteit
De Dienst voorschoolse opvang waakt over de conformiteit met de regelgeving en de kwaliteit binnen de gezins- en groepsopvang. De DVO staat in voor huisbezoeken, opleidingstrajecten en jaarlijkse vormingen, wervingscampagnes en selecties.
De selectie van kinderbegeleiders gebeurt door minimaal 2 personen, waarvan minstens 1 coördinator van de DVO. Zij kunnen zich indien gewenst laten bijstaan door de Dienst Steunpunt Kinderopvang van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).
De DVO bepaalt de selectieprocedure en gaat nadien over tot aansluiting van kinderbegeleiders voor alle opvanglocaties op beide grondgebieden.
De DVO zorgt voor de wettelijke documenten voor de Zorginspectie en het Agentschap Opgroeien. Tevens organiseert de DVO teamvergaderingen, tevredenheidsenquêtes en sfeermomenten voor de kinderbegeleiders aangesloten bij de DVO.
De DVO werkt aan beleidsvoerend vermogen en volgt hierin alle wettelijke procedures en is dan ook belast met de opvolging hiervan.
Bij klachten is de DVO het eerste aanspreekpunt. De DVO zal steeds de medewerker binnen het lokaal bestuur van Sint-Martens- Latem op de hoogte brengen inzake een klacht op hun grondgebied binnen de 5 werkdagen na ontvangst van de klacht.
Artikel 4: Kinderbegeleiders
De kinderbegeleiders van de Dienst voorschoolse opvang werken conform de afspraken die zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst met de DVO. De DVO staat ook in voor een correcte betaling van de kinderbegeleiders. Deze betalingen worden bij de eindafrekening jaarlijks conform onderstaande verdeelsleutel verrekend met het lokaal bestuur Sint-Martens-Latem:
Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen per grondgebied Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen
op beide grondgebieden van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem
Jaarlijks wordt er een gedetailleerd overzicht van ontvangsten en uitgaven gegeven vanuit de financiële dienst van lokaal bestuur Nazareth-De Pinte aan lokaal bestuur Sint-Martens-Latem.
Artikel 5: Werkingskosten
Deze kosten worden verduidelijkt in artikel 8.
De werkingskosten worden in eerste instantie gedragen door lokaal bestuur Nazareth-De Pinte en jaarlijks conform onderstaande verdeelsleutel verrekend met lokaal bestuur Sint-Martens-Latem:
Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen per grondgebied Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen
op beide grondgebieden van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem
Deze kosten worden verduidelijkt in artikel 8.
De inrichtingskosten van de accommodatie worden in eerste instantie gedragen door lokaal bestuur Nazareth-De Pinte en na inrichting van de accommodatie gefactureerd aan het lokaal bestuur Sint-Martens-Latem indien de accommodatie op haar grondgebied gelegen is.
Inrichtingskosten voor zaken die beschouwd worden als 'onroerend door bestemming' (bv. keukens, inbouwkasten etc.) vallen rechtstreeks ten laste van het lokaal bestuur op wiens grondgebied de opvanglocatie is gelegen.
De Dienst voorschoolse opvang zorgt voor de aankopen betreffende inrichting en los meubilair. De bestelling, levering bij de DVO en beheer van stock wordt volledig gefaciliteerd door het lokaal bestuur Nazareth-De Pinte. De DVO kan op deze manier zorgen voor kwalitatief en pedagogisch materiaal volgens de toepasselijke regelgeving.
Voor de uitgaven betreffende inrichtingskosten die gefactureerd worden aan lokaal bestuur Sint-Martens-Latem is geen voorafgaand akkoord nodig als deze kosten het bedrag van 1.500 euro per kalenderjaar per opvanglocatie niet overschrijden. Het lokaal bestuur wordt wel steeds via mail op de hoogte gehouden. Voor uitgaven boven dit bedrag is steeds voorafgaand schriftelijk akkoord nodig van het lokaal bestuur Sint-Martens-Latem. Het lokaal bestuur Sint-Martens-Latem zal steeds op de hoogte zijn van alle aankopen voor hun opvangen.
De facturatie volgt via de jaarlijkse afrekening.
De levering op de opvanglocatie, de installatie en mogelijke herstellingen van het meubilair ter beschikking gesteld door de DVO, gebeuren door de technische dienst van het lokaal bestuur waar de opvanglocatie gelegen is.
Wanneer hiervoor door de DVO een externe dienst ingeschakeld moet worden, wordt de kost, na overleg, door gefactureerd aan lokaal bestuur Sint-Martens-Latem wanneer de opvanglocatie op dat grondgebied gelegen is.
Artikel 7: kosten voor gebouwenbeheer en veiligheid
§1 Het lokaal bestuur op wiens grondgebied de kinderopvanglocatie gelegen is, staat in voor de kosten met betrekking tot het gebouwenbeheer en veiligheid en bezorgt de nodige attesten aan de DVO. Deze kosten worden verduidelijk in artikel 8.
Deze paragraaf heeft enkel betrekking op woningen die eigendom zijn of gehuurd worden door het bevoegde lokaal bestuur.
Voor woningen die niet in eigendom zijn van, noch gehuurd worden door het bevoegde lokaal bestuur, staat het kinderopvanginitiatief zelf in voor bovengenoemde kosten.
§2 De Dienst voorschoolse opvang staat in voor de opvolging van de controles met betrekking tot brand- en voedselveiligheid voor alle kinderopvanginitiatieven aangesloten bij de DVO.
§3 Elk lokaal bestuur is verantwoordelijk voor het zoeken naar geschikte opvanglocaties op hun grondgebied.
Artikel 8: Niet-limitatieve lijst werkingskosten, inrichtingskosten en kosten voor het beheer In bijlage aan deze overeenkomst wordt het overzicht van, en de opsplitsing tussen, werkingskosten, inrichtingskosten en kosten voor het beheer verduidelijkt.
Deze lijst is niet limitatief.
Artikel 9: huurovereenkomsten en onderverhuurovereenkomsten
Het lokaal bestuur dat een opvanglocatie ter beschikking stelt, zal met de kinderbegeleider(s) van deze locatie een huurovereenkomst of onderverhuurovereenkomst opstellen. Beide besturen streven naar uniformiteit qua huurprijs en modaliteiten.
De ontvangen huurgelden worden niet aanzien als ontvangsten in het kader van deze overeenkomst.
Artikel 10: Maatregelen ter ondersteuning van de kinderopvanginitiatieven
De inhoudelijke en logistieke ondersteuning van de aangesloten opvanginitiatieven behoort tot de normale dagelijkse werking van de DVO.
Daarnaast voorziet de DVO een aantal personeelsattenties. Deze worden beschouwd als werkingskosten en zijn opgenomen in het overzicht in bijlage.
Naast deze ondersteuning kan elk lokaal bestuur bijkomende ondersteuningsmaatregelen voorzien voor de aangesloten opvanginitiatieven op het eigen grondgebied. Deze bijkomende ondersteuning valt rechtstreeks ten laste van het lokaal bestuur op wiens grondgebied de opvanglocatie is gelegen.
Voorafgaand aan elke wijziging wordt een overleg georganiseerd tussen beide lokale besturen, waarbij gestreefd wordt naar maximale overeenstemming tussen beide reglementen.
Beide lokale besturen zullen elkaar steeds een afschrift van de beslissing tot wijziging bezorgen.
Elk bestuur kan een verzoek tot evaluatie van deze gemeenschappelijke regeling betreffende voordelen indienen.
Artikel 11: subsidies agentschap Opgroeien en ontvangen ouderbijdragen
Alle ontvangsten verkregen naar aanleiding van deze samenwerkingsovereenkomst, zijnde ouderbijdragen en subsidies vanuit het Agentschap Opgroeien, worden verrekend tussen lokaal bestuur Nazareth-De Pinte en lokaal bestuur Sint-Martens-Latem conform onderstaande verdeelsleutel:
Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen per grondgebied Totaal aantal vergunde kinderopvangplaatsen
op beide grondgebieden van Nazareth-De Pinte en Sint-Martens-Latem
Artikel 12: overleg
Er is structureel ambtelijk overleg tussen de beide besturen: minimaal 2 keer per jaar waarvan minstens 1 keer met de bevoegde schepenen. Voor Nazareth-De Pinte sluit een personeelslid van de DVO aan. Voor Sint-Martens-Latem het personeelslid bevoegd met deze materie.
Inspectieverslagen van opvanglocaties zijn raadpleegbaar via de Zorginspectie. Deze kunnen besproken worden op het structureel overleg.
Als er zich mogelijkheden voordoen naar uitbreiding of andere opportuniteiten op het vlak van kinderopvang zetten beide besturen hun advies en expertise in.
Artikel 13: Communicatie
Beide lokale besturen nemen verschillende initiatieven voor verwijzing naar en bekendmaking van de dienstverlening van de Dienst voorschoolse opvang.
Dit houdt onder meer in: het opnemen van gegevens in lokale publicaties of op de website en de doorverwijsfunctie vanuit de sociale dienst.
Bij nieuwe realisaties werken de beide communicatiediensten nauw samen.
De samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan voor een periode van onbepaalde duur.
Iedere partij kan te allen tijde de overeenkomst beëindigen, ten laatste op 30 juni van het jaar voorafgaand aan de stopzetting op 1 januari. De betekening daarvan moet gebeuren bij aangetekend schrijven.
De overeenkomst kan ook te allen tijde worden beëindigd bij onderling schriftelijk akkoord tussen beide partijen.
Beide partijen bedingen bovendien uitdrukkelijk dat de overeenkomst onmiddellijk (zonder enige opzegging) een einde neemt van zodra de Dienst voorschoolse opvang om een of andere reden zijn wettelijke vergunning verliest.
Deze overeenkomst wordt ook herzien van zodra er gewijzigde regelgeving in werking treedt.
Artikel 15: Inwerkingtreding
Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande overeenkomsten met betrekking tot de Dienst voorschoolse opvang (voorheen 'Organisator Gezins- en Groepsopvang' genoemd).
Namens Raad voor Maatschappelijk Welzijn,
Jef Van den Heede
Algemeen directeur - waarnemend
Filip Vanparys
Voorzitter