Terug
Gepubliceerd op 27/02/2025

Notulen  Raad voor Maatschappelijk Welzijn

ma 27/01/2025 - 20:00 Raadzaal
Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
  • Goedkeuring notulen

    • Goedkeuring notulen en zittingsverslag raad voor maatschappelijk welzijn van 2 december 2024

      Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
      Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
      Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
      Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
      Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
      Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
      Bevoegdheid

      Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 74.

      Juridisch kader

      Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 74, 277 en 278.

      Motivering

      Het zittingsverslag werd vervangen door een audio-opname die beschikbaar wordt gesteld op de website.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Tom Pacqué
      Voorstanders: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel. Keurt de notulen en het zittingsverslag van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 2 december 2024 goed.

  • Openbaar

    • Algemeen bestuur

      • Ontslag lid BCSD en eedaflegging nieuw lid BCSD: kennisname

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
        Bevoegdheid

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Juridisch kader

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Motivering

        Bij schrijven van 3 december 2024 neemt de heer Nicolas BOSSCHEM ontslag als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. De heer Nicolas BOSSCHEM bezorgde zijn ontslagbrief aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, de heer Filip VAN PARYS.

        Mevrouw Kathleen MEIRLAEN werd voorgedragen als opvolger van de heer BOSSCHEM in het Bijzonder Comité van de Sociale Dienst. Uit het onderzoek van de geloofsbrieven blijkt dat mevrouw Kathleen MEIRLAEN voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden. Op 4 december 2024 legde zij de eed af ten overstaan van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.

        Besluit

        Artikel 1. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het ontslag van de heer Nicolas BOSSCHEM als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

        Art. 2. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de eedaflegging van mevrouw Kathleen MEIRLAEN als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

      • Huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn: goedkeuring

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
        Bevoegdheid

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 38 en 74.

        Juridisch kader

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder hoofdstuk 4, afdeling 2 'de werking van de raad voor maatschappelijk welzijn'.

        Verwijzingen

        Het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 maart 2019 betreffende huishoudelijk reglement Raad voor Maatschappelijk Welzijn.

        Motivering

        Het huishoudelijk reglement regelt de werking van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, waarbij een aantal wettelijke verplichtingen moeten opgenomen zijn. Zo bepaalt het huishoudelijk reglement onder meer de wijze waarop de oproeping van de raadsleden wordt verzonden en de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld. Het huishoudelijk reglement bepaalt ook of de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn of de gemeenteraadscommissies in welke uitzonderlijke omstandigheden digitaal of hybride kunnen vergaderen en de wijze waarop. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Tom Pacqué
        Voorstanders: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1. Het aangepast huishoudelijk reglement wordt goedgekeurd.

        Art. 2. Dit aangepast reglement wordt als bijlage gevoegd bij dit besluit.

        Art. 3. De gouverneur wordt in kennis gesteld van deze beslissing.

        Bijlage: huishoudelijk reglement;

        Art. 1.
        § 1. De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en ten minste tienmaal per jaar. (art. 18 DLB)
        § 2. De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op.
        De voorzitter kan de gemeente- en OCMW-raad bijeenroepen door een gezamenlijke oproeping met als bedoeling de vergaderingen aansluitend te laten doorgaan. Hierbij stelt de voorzitter voor gemeente en OCMW duidelijk onderscheiden agenda’s op. (art. 19 en 20 DLB)
        § 3. De oproeping wordt verzonden via e-mail en het digitaal notuleringsprogramma. De dossiers die betrekking hebben op de agenda worden ter beschikking gesteld op de wijze voorzien in art. 11, van dit reglement.
        § 4. De voorzitter van de gemeenteraad moet de gemeenteraad bijeenroepen op verzoek van:
        1° een derde van de zittinghebbende leden;
        2° een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad nog geen bijeenroeping is gebeurd. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus;
        3° het college van burgemeester en schepenen;
        4° de burgemeester voor zover het verzoek uitsluitend betrekking heeft op de eigen bevoegdheden van de burgemeester.
        In hun schriftelijke aanvraag aan de algemeen directeur moeten de aanvragers de agenda vermelden, met voor elk punt een toegelicht voorstel van beslissing, en de datum en het uur van de beoogde vergadering. De algemeen directeur bezorgt vervolgens de voorstellen aan de gemeenteraadsvoorzitter. Deze aanvraag moet tijdig ingediend worden, zodanig dat de voorzitter de oproepingstermijnen bepaald in art. 2 van dit reglement, kan nakomen.
        De voorzitter roept de vergadering bijeen op de voorgestelde datum en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda.
        Art. 2.
        § 1. De oproeping (of gezamenlijke oproeping) wordt tenminste acht dagen vóór de dag van de vergadering bezorgd aan de gemeenteraadsleden. (art. 20 DLB)
        In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken.
        Een gezamenlijke oproeping in spoedeisende gevallen kan enkel als er zowel voor de gemeenteraad als de OCMW-raad spoedeisende punten zijn. (art. 19, 20 en art. 67 DLB)
        § 2. De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing bij elk agendapunt. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn.
        Een gezamenlijke oproeping bevat duidelijk onderscheiden agenda’s voor de gemeenteraad en de OCMW-raad. (art. 20 DLB)
        Art. 3.
        § 1. Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeenteraadsvoorzitter. Noch een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.
        (art. 21 DLB)
        § 2. De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
        (art. 21 DLB)
        Art. 4.
        §1 De gemeenteraad kan enkel digitaal vergaderen in volgende uitzonderlijke omstandigheden:
        ° Een gezondheidscrisis, milieuramp of andere ernstige crisissituatie waarbij het de burgers afgeraden of verboden wordt om samen te komen;
        ° Een ernstige verstoring van de openbare orde waardoor het voor de raadsleden onmogelijk gemaakt wordt om fysiek te vergaderen;
        ° Een dringende noodzakelijke of spoedeisende beslissing van de raad die niet kan wachten en wanneer een fysieke vergadering niet tijdig georganiseerd kan worden.

        Pas nadat de raadsvoorzitter vastgesteld heeft dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid zich effectief voordoet, wordt overgegaan tot een digitale vergadering van de gemeenteraad.
        Dezelfde voorwaarden voor de oproeping gelden als in art. 2 van dit reglement, met daarbij de duidelijk vermelding dat het om een digitale vergadering gaat, inclusief de link met de toegang tot de digitale vergadering.
        Is de oproeping voor de vergadering reeds verstuurd, dan blijft die geldig, maar wordt op dezelfde wijze een aanvulling gestuurd die duidelijk maakt dat de vergadering enkel digitaal zal doorgaan, inclusief de link met de toegang tot de digitale vergadering. Van die aanvulling kan geen gebruik gemaakt worden om nog bijkomende punten aan de agenda toe te voegen. Ook de bekendmaking voor het publiek wordt op dezelfde wijze als in art 8 en/of art. 9§1 van dit reglement aangevuld.
        De voorwaarden uit het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen gelden onverminderd.
        §2.
        De gemeenteraad kan enkel hybride vergaderen in volgende omstandigheden:
        ° Een ernstige verstoring van de openbare orde waardoor het mogelijk onveilig of moeilijk is voor sommige raadsleden om naar de fysieke vergadering te komen;
        ° Een raadslid dat wil deelnemen aan de vergadering maar dat niet kan omdat hij/zij door een arts in quarantaine is geplaatst wegens uitzonderlijke medische redenen. Het raadslid richt hiertoe een gemotiveerd verzoek via e-mail aan de algemeen directeur en de raadsvoorzitter.

        Pas nadat de raadsvoorzitter vastgesteld heeft dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid zich effectief voordoet, wordt overgegaan tot een hybride vergadering van de gemeenteraad.
        De voorzitter van de gemeenteraad is steeds fysiek aanwezig bij een hybride vergadering.
        Dezelfde voorwaarden voor de oproeping gelden als in art. 2 van dit reglement, met daarbij de duidelijk vermelding dat het om een hybride vergadering gaat, inclusief de link met de digitale toegang tot de hybride vergadering. De oproeping vermeldt welke raadsleden digitale toegang hebben.
        Is de oproeping voor de vergadering reeds verstuurd, dan blijft die geldig, maar wordt op dezelfde wijze een aanvulling gestuurd die duidelijk maakt dat de vergadering hybride zal doorgaan, inclusief de link met de digitale toegang tot de vergadering. Van die aanvulling kan geen gebruik gemaakt worden om nog bijkomende punten aan de agenda toe te voegen. Ook de bekendmaking voor het publiek wordt op dezelfde wijze als in art 8 en/of art. 9§1, van dit reglement aangevuld.
        De voorwaarden uit het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen gelden onverminderd.

        Openbare of besloten vergadering.
        Art. 5.
        § 1. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn in principe openbaar. (art. 28, § 1 DLB)
        § 2. De vergadering is niet openbaar als:
        1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering;
        2° de gemeenteraad met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid.
        (art. 28, § 1 DLB)
        De vergaderingen over de beleidsrapporten (=het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening) zijn in elk geval openbaar.
        (art. 249 DLB)
        Art. 6.
        De besloten vergadering kan enkel plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken.
        Bij een gezamenlijke oproeping opent de voorzitter eerst de openbare zitting van de gemeenteraad, waarbij hij de vergadering van de gemeenteraad schorst nadat de agenda van het openbare deel afgewerkt is. Tijdens deze schorsing van de gemeenteraad opent de voorzitter de OCMW-raad waarna de agenda van de OCMW-raad volledig afgewerkt wordt. Na het sluiten van de vergadering van de OCMW-raad, opent de voorzitter het besloten deel van de gemeenteraad.
        Als tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad blijkt dat de behandeling van een punt in besloten zitting moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering van de gemeenteraad, enkel met dit doel, worden onderbroken.
        Als tijdens de besloten vergadering van de gemeenteraad blijkt dat de behandeling van een punt in openbare zitting moet gebeuren, dan wordt dat punt opgenomen op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad. In geval van dringende noodzakelijkheid van het punt, of in geval van de eedaflegging van een personeelslid kan de besloten zitting, enkel met dat doel, worden onderbroken.
        (art. 28 DLB)
        Art. 7.
        De gemeenteraadsleden, alsmede andere personen die krachtens de wet of het decreet de besloten vergaderingen van de gemeenteraad bijwonen, zijn tot geheimhouding verplicht.
        (art29, &4 DLB)

        Informatie voor raadsleden en publiek
        Art. 8.
        Plaats, dag en uur van de gemeenteraadsvergadering en de agenda worden openbaar bekend gemaakt door publicatie op de webstek van de gemeente. Dit gebeurt uiterlijk acht dagen voor de vergadering.
        Indien raadsleden punten aan agenda toevoegen, wordt de aangepaste agenda binnen de 24 uur nadat hij is vastgesteld, op dezelfde wijze bekendgemaakt.
        In spoedeisende gevallen wordt de agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, en uiterlijk vóór de aanvang van de vergadering, op dezelfde wijze bekendgemaakt.
        (art. 22 DLB)
        Art. 9.
        §1. De gemeente maakt, aan iedere natuurlijke persoon en aan iedere rechtspersoon of groepering die erom verzoekt, de agenda van de gemeenteraad en de stukken die erop betrekking hebben, openbaar door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig de regels in verband met openbaarheid van bestuur.
        § 2. De lijst van beslissingen van de gemeenteraad worden door de burgemeester bekendgemaakt op de webstek van de gemeente zoals bepaald in art. 285 tot 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
        Art. 10.
        § 1. Voor elk agendapunt worden de dossiers, in het bijzonder de verklarende nota's, de feitelijke gegevens, de eventueel verleende adviezen en de ontwerpen van beslissing betreffende de op de agenda ingeschreven zaken, vanaf de verzending van de oproeping, op het digitaal notuleringsprogramma ter beschikking gehouden van de raadsleden.
        § 2. Elk ontwerp van meerjarenplan, aanpassingen van het meerjarenplan en jaarrekening, worden op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop het ontwerp besproken wordt aan ieder lid van de gemeenteraad bezorgd.
        Vanaf het ogenblik dat het ontwerp van het beleidsrapport bezorgd is aan de raadsleden, wordt aan hen ook de bijbehorende documentatie ter beschikking gesteld.
        Deze stukken worden op dezelfde wijze bezorgd aan de raadsleden zoals de oproeping in art. 1, §3 van dit reglement.
        (art. 249 DLB)
        § 3. Aan de raadsleden moet, op hun verzoek, door de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden technische toelichting worden verstrekt over de stukken in de dossiers voor de vergadering van de gemeenteraad.
        Onder technische toelichting wordt verstaan het verstrekken van inlichtingen ter verduidelijking van de feitelijke gegevens die in de dossiers voorkomen en van het verloop van de procedure.
        De raadsleden richten hun verzoek mondeling of elektronisch aan de algemeen directeur.
        Op een schriftelijk vraag wordt schriftelijk geantwoord tenzij het raadslid een mondelinge toelichting wenst. De mondelinge toelichting gebeurt tijdens de kantooruren tenzij anders wordt overeengekomen.
        (art. 20 DLB)
        Art. 11.
        § 1. De gemeenteraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten, ongeacht de drager, die betrekking hebben op het bestuur van de gemeente
        (art. 29, §1 DLB)
        § 2. De notulen van het college van burgemeester en schepenen worden, uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college volgend op deze waarop de notulen werden goedgekeurd, verstuurd aan de gemeenteraadsleden. Dit gebeurt via het digitaal notuleringsprogramma.
        (art. 50 DLB)

        § 3. De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad en die bestemd is voor de gemeenteraad, wordt meegedeeld aan de gemeenteraadsleden.
        (art. 29, §1 DLB)
        § 4. Alle andere documenten en dossiers dan die in art. 10 en art. 11, § 2 tot § 3, die betrekking hebben op het bestuur van de gemeente, kunnen door de raadsleden ter plaatse geraadpleegd worden.
        Het college zal de dagen en uren bepalen waarop de raadsleden deze andere documenten kunnen raadplegen.
        Om het college in de mogelijkheid te stellen te onderzoeken of de gevraagde stukken of akten betrekking hebben op het bestuur van de gemeente, delen de raadsleden aan het college schriftelijk mee welke documenten zij wensen te raadplegen.
        Aan de raadsleden worden de stukken uiterlijk binnen acht werkdagen na ontvangst van de aanvraag, elektronisch overgemaakt. Indien deze documenten niet elektronisch beschikbaar zijn, wordt binnen dezelfde termijn meegedeeld waar en wanneer de stukken kunnen worden ingezien.
        Het raadslid, dat de in deze § bedoelde stukken niet is komen raadplegen tijdens de week volgend op het tijdstip waarop hem is meegedeeld dat ze ter inzage liggen, wordt geacht af te zien van inzage
        § 5. De gemeenteraadsleden kunnen een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten. De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs.
        De raadsleden doen hun aanvraag tot het verstrekken van een afschrift via een e-mail naar de algemeen directeur.
        (art. 29, §1 DLB)
        § 6. De gemeenteraadsleden hebben het recht de gemeentelijke instellingen en diensten die de gemeente opricht en beheert te bezoeken, ook de autonome gemeentebedrijven.
        Om het college in de mogelijkheid te stellen het bezoekrecht praktisch te organiseren, delen de raadsleden minstens acht werkdagen vooraf schriftelijk mee welke instelling zij willen bezoeken en op welke dag en welk uur.
        Tijdens het bezoek van een gemeentelijke inrichting mogen de raadsleden zich niet mengen in de werking. De raadsleden zijn op bezoek en gedragen zich als een bezoeker.
        (art. 29, §2, §3 en §5 DLB)
        Art. 12.
        De gemeenteraadsleden hebben het recht aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Daarvoor is geen toegelicht voorstel van beslissing nodig.
        Op schriftelijke vragen van raadsleden wordt binnen de maand na ontvangst schriftelijk geantwoord.
        Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de gemeenteraad staan. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord. (art. 31 DLB) 
        Quorum.
        Art. 13.
        De Voorzitter van de gemeenteraad doet vaststelling van de aanwezigheid van de raadsleden net voor het begin van de vergadering van de gemeenteraad. De Algemeen directeur noteert onmiddellijk de aanwezigheden in het digitaal notuleringsprogramma.
        Art. 14.
        § 1. De gemeenteraad kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende leden van de gemeenteraad aanwezig is.
        (art. 26 DLB) Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de voorzitter vast dat de vergadering niet kan doorgaan.
        § 2. De gemeenteraad kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.
        In de oproep wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat. In de tweede oproeping worden de bepalingen van artikel 26 van het decreet over het lokaal bestuur overgenomen.
        Art. 26 DLB)
        Art. 15.
        §1. De voorzitter zit de vergaderingen van de gemeenteraad voor, en opent en sluit de vergaderingen.
        Op de voor de vergadering vastgestelde dag en uur en zodra voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, verklaart de voorzitter de vergadering voor geopend.
        (art. 24 DLB)
        §2. Op vraag van een raadslid, of op eigen initiatief, kan de voorzitter de vergadering schorsen als dat wenselijk is. De duur van de schorsing wordt bepaald door de voorzitter van de raad. Van deze schorsing wordt melding gemaakt in de notulen.
        § 3. Het laten deelnemen van derde personen aan de vergadering is slechts toegelaten in de gevallen voorzien in het Decreet lokaal bestuur. Buiten deze gevallen kunnen derden bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waarin zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en /of beroepservaring als deskundig worden erkend. Bovendien dienen zij door de voorzitter uitgenodigd te worden. Zij kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming.
        Art. 16.
        §1. De voorzitter van de gemeenteraad geeft kennis van de tot de raad gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die de raad aanbelangen. De voorzitter vraagt na of er mededelingen zijn uit de fracties. Eventuele mededelingen worden opgenomen in het zittingsverslag. De gemeenteraad vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de daardoor bepaalde volgorde, tenzij de raad er anders over beslist.
        § 2. Een punt dat niet op de agenda van de gemeenteraad voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen.
        Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld.
        (art. 23 DLB)
        Art. 17
        § 1. Nadat het agendapunt werd toegelicht, vraagt de voorzitter van de gemeenteraad welk lid aan het woord wenst te komen over het voorstel.
        De voorzitter verleent het woord naar de volgorde van de aanvragen en, ingeval van gelijktijdige aanvraag, naar de rangorde van de raadsleden.
        § 2. Indien de gemeenteraad deskundigen wenst te horen, bepaalt de voorzitter van de raad wanneer ze aan het woord komen.
        De voorzitter kan aan de algemeen directeur vragen om toelichtingen te geven.
        Art. 18.
        Het woord kan door de voorzitter niet geweigerd worden voor een rechtzetting van beweerde feiten.
        In de volgende gevallen en volgorde wordt het woord verleend bij voorrang op de hoofdvraag, waarvan de bespreking aldus wordt geschorst :
        1° om te vragen dat men niet zal besluiten;
        2° om de verdaging te vragen;
        3° om een punt te verwijzen naar een gemeenteraadscommissie;
        4° om voor te stellen dat een ander dan het in bespreking zijnde probleem bij voorrang zou behandeld worden;
        5° om te eisen dat het voorwerp van de beslissing concreet zou omschreven worden;
        6° om naar het reglement te verwijzen.
        Art. 19.
        De amendementen worden vóór de hoofdvraag en de subamendementen vóór de amendementen ter stemming gelegd.
        Art. 20.
        Niemand mag onderbroken worden wanneer hij spreekt, behalve voor een verwijzing naar het reglement of voor een terugroeping tot de orde.
        Als een gemeenteraadslid, aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terugbrengen. Indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan hem het woord door de voorzitter ontnomen worden. Elk lid, dat in weerwil van de beslissing van de voorzitter, tracht aan het woord te blijven, wordt geacht de orde te verstoren.
        Dit geldt eveneens voor hen, die het woord nemen zonder het te hebben gevraagd en bekomen, en die aan het woord blijven in weerwil van het bevel van de voorzitter.
        Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.
        Art. 21.
        §1. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de raadsvergadering.
        Van de handelingen die hij in dit verband stelt, wordt melding gemaakt in de notulen.
        Elk raadslid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingetrokken wordt.
        (art. 25 DLB)
        § 2. De voorzitter kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.
        De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene.
        (art. 25, volgens art. 74 DLB)
        Art. 22.
        Elk raadslid heeft het recht over hetzelfde onderwerp onbeperkt het woord te nemen voor zover het relevant is, tenzij de voorzitter anders besluit.
        Art. 23.
        Wanneer de vergadering rumoerig wordt, zodat het normale verloop van de bespreking in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij, bij voortzetting van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.
        Indien de wanorde toch aanhoudt, schorst of sluit hij de vergadering. De leden van de raad moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten.
        Van deze schorsing of sluiting wordt melding gemaakt in de notulen.
        Art. 24.
        Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest en indien hij oordeelt dat het agendapunt voldoende werd besproken, sluit de voorzitter de bespreking.

        Wijze van stemmen.
        Art. 25.
        § 1. Voor elke stemming in de gemeenteraad omschrijft de voorzitter het voorwerp van de bespreking waarover de vergadering zich moet uitspreken.
        § 2. De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen genomen. De volstrekte meerderheid is gelijk aan meer dan de helft van de stemmen, onthoudingen, blanco en ongeldige stemmen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
        (art. 33 DLB)
        Art. 26.
        §1. De gemeenteraad stemt over het eigen deel van elk beleidsrapport.
        Nadat zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad elk hun deel van het beleidsrapport hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport goed zoals vastgesteld door de OCMW-raad. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn. De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de OCMW-raad niet goedkeuren als dat de financiële belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad.
        (art. 249, §3 DLB)
        § 2. De gemeenteraad stemt telkens over het geheel van het eigen deel van het beleidsrapport.
        In afwijking daarvan kan elk gemeenteraadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst in het gemeentelijke deel van het beleidsrapport. In dat geval mag de gemeenteraad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming.
        Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de gemeenteraad. Als de OCMW-raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt de OCMW-raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
        (art. 249, §4 DLB)
        Art. 27.
        § 1. De leden van de gemeenteraad stemmen niet geheim, behalve in de gevallen bedoeld in § 4.
        (art. 34 DLB)
        § 2. Er zijn drie mogelijke werkwijzen van stemmen:
        1° de stemming bij handopsteking;
        2° de mondelinge stemming;
        3° de geheime stemming
        § 3. De gemeenteraadsleden stemmen bij handopsteking behalve als een derde van de aanwezige leden de mondelinge stemming vraagt.
        (art. 34 DLB)
        § 4. Over de volgende aangelegenheden wordt geheim gestemd:
        1° de vervallenverklaring van het mandaat van gemeenteraadslid en van schepen;
        2° het aanwijzen van de leden en het beëindigen van deze aanwijzing van de gemeentelijke bestuursorganen en van de vertegenwoordigers van de gemeente in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen;
        3° individuele personeelszaken.
        (art. 34 DLB)
        Art. 28.
        De stemming bij handopsteking geschiedt als volgt: Nadat de voorzitter het voorwerp van de stemming heeft omschreven zoals bepaald in art. 25, § 1 van dit reglement vraagt hij achtereenvolgens welke gemeenteraadsleden ‘ja’ stemmen, welke ‘neen’ stemmen en welke zich ‘onthouden’.
        Elk gemeenteraadslid kan slechts éénmaal zijn hand opsteken om zijn keuze duidelijk te maken.
        Art. 29.
        § 1. De mondelinge stemming geschiedt door, elk raadslid ‘ja’, ‘neen’ of ‘onthouding’ te laten uitspreken. Zij doen dat (met uitzondering van de voorzitter) in volgorde van de rangorde.
        § 2. De voorzitter stemt als laatste, behalve bij geheime stemming.
        Wanneer er na de stem van de voorzitter evenveel stemmen voor als tegen het voorstel zijn, dan is er staking van stemmen en is het voorstel verworpen (behalve in de gevallen van art. 32 van dit reglement). De stem van de voorzitter is niet doorslaggevend bij staking van stemmen.
        (art. 33 en 34 DLB)
        Art. 30.
        Voor een geheime stemming worden vooraf gemaakte stembriefjes gebruikt en wordt eenvormig schrijfgerief ter beschikking gesteld.
        De raadsleden stemmen ‘ja’, ‘neen’ of onthouden zich. De onthouding gebeurt door het afgeven van een blanco stembriefje.
        Voor de stemming en de stemopneming is het bureau samengesteld uit de voorzitter en de jongste twee raadsleden. Ieder raadslid is gemachtigd de regelmatigheid van de stemopnemingen na te gaan.
        Art. 31.
        Vooraleer tot de stemopneming over te gaan, wordt het aantal stembriefjes geteld. Stemt dit aantal niet overeen met het aantal raadsleden, die aan de stemming hebben deelgenomen, dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt elk raadslid uitgenodigd opnieuw te stemmen.
        Art. 32.
        Voor elke benoeming tot ambten, elke contractuele aanstelling, elke verkiezing en elke voordracht van kandidaten wordt tot een afzonderlijke stemming overgegaan. Als bij de benoeming, de contractuele aanstelling, de verkiezing of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.
        Als bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald hebben, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. Personen worden benoemd, aangesteld, verkozen of voorgedragen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur.
        (art. 35 DLB)
        Notulen en zittingsverslag.
        Art. 33.
        §1. De notulen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.
        Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of hij voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
        (art. 278, §1 DLB)
        § 2. De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
        Een raadslid kan vragen om in het zittingsverslag de rechtvaardiging van zijn stemgedrag op te nemen.
        (art. 278, §1 DLB)
        § 3. Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 5, §2 en artikel 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
        (art. 278, §1 DLB)
        Art. 34.
        § 1. De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 277 en 278 van het decreet over het lokaal bestuur.
        (art. 32 DLB)
        § 2. De notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering zijn, behalve in spoedeisende gevallen, ten minste acht dagen voor de vergadering ter beschikking via het digitaal notuleringsprogramma.
        (art. 32 DLB)
        § 3. Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
        Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur ondertekend. In het geval de gemeenteraad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de gemeenteraad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.
        (art. 32 DLB)
        § 4. Zo dikwijls de gemeenteraad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.
        (art. 32 DLB)
        Art. 35.
        § 1. De reglementen, beslissingen, akten, brieven en alle andere stukken worden ondertekend zoals bepaald in artikel 279 tot 283 van het decreet over het lokaal bestuur.
        § 2. De stukken, die niet vermeld worden in artikel 279, §1 tot §3 en §5 van het decreet over het lokaal bestuur, worden ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de algemeen directeur. Zij kunnen deze bevoegdheid overdragen conform artikel 280 en artikel 283 van het decreet over het lokaal bestuur.
        (art. 279, § 6 DLB)
        Art. 36.
        §1. Het gemeenteraadslid of de gemeenteraadsleden die op eenzelfde lijst verkozen zijn, vormen één fractie. Een onderlinge vereniging tot één fractie of de vorming van twee fracties is mogelijk, uiterlijk op de installatievergadering, in de gevallen en op de wijze vastgelegd in art. 36, §2 van het decreet over het lokaal bestuur.
        (art. 36 DLB)
        §2. Elke fractie kiest een fractieleider uit haar leden en deelt op de eerstvolgende raadsvergadering mee wie de fractieleider is. Een fractie kan op elk moment een nieuwe fractieleider kiezen. De fractieleider vertegenwoordigt de fractie in de vergaderingen van de gemeenteraad. Hij/zij fungeert als aanspreekpunt voor de algemeen directeur en het college van burgemeester en schepenen.
        De fractieleider coördineert de standpunten en activiteiten van de fractie en zorgt voor een effectieve communicatie binnen de fractie.
        Wanneer de fractieleider afwezig is, wordt deze functie waargenomen door een ander lid van de fractie.


        Raadscommissies.
        Art. 37.
        §1. Er wordt een algemene raadscommissie opgericht. Deze commissie bestaat uit de 19 raadsleden.
        De raad kan te allen tijde nieuwe raadscommissies oprichten.
        De commissies hebben als taak belangrijke dossiers te bespreken, al dan niet in beslissingsfase, informatieve onderwerpen te behandelen, het verlenen van advies. De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
        (art. 37, § 1 DLB)
        § 2. De gemeenteraad bepaalt per gemeenteraadscommissie het aantal leden. De mandaten in iedere commissie worden door de gemeenteraad evenredig verdeeld volgens eenzelfde berekeningswijze die de gemeenteraad vastlegt voor alle commissies uitgezonderd de algemene raadscommissie.
        De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig deze berekeningswijze toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.
        (art. 37 § 3 DLB)
        § 3. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.
        (art. 37 § 3 DLB)
        § 4. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan een akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
        (art. 37 § 3 DLB)
        § 5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.
        (art. 37 § 3 DLB)
        § 6. Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
        (art. 37 § 4 DLB)
        § 7. De commissies worden door hun voorzitter bijeengeroepen. Het college van burgemeester en schepenen of een derde van de leden van de commissie kan de voorzitter vragen de commissie bijeen te roepen. Hun vraag vermeldt de gewenste punten van de agenda. De oproepingsbrief vermeldt de agenda en wordt naar alle raadsleden gestuurd. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de webstek van de gemeente.
        De commissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
        De vergaderingen van de commissies zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad (zie art. 5 t/m 7 van dit reglement).
        De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27 §4 van dit reglement.
        De raadsleden kunnen, weliswaar zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies, waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen.
        De Voorzitter van de raadscommissie doet vaststelling van de aanwezigheid van de raadsleden net voor het begin van de vergadering van de gemeenteraad. De Algemeen directeur noteert onmiddellijk de aanwezigheden in het digitaal notuleringsprogramma.
        Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door een of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
        Vergoedingen raadsleden.
        Art. 38.
        §1 Aan de gemeenteraadsleden en de externe leden van de deontologische commissie, met uitzondering van de burgemeester en de schepenen, wordt presentiegeld verleend voor volgende vergaderingen waarop zij aanwezig zijn:
        1° de vergaderingen van de gemeenteraad;
        2° de vergaderingen van de gemeenteraadscommissies (incl. deze waarvoor raadsleden overeenkomstig art. 37, §3, vierde lid van het decreet over het lokaal bestuur zijn aangewezen als leden met raadgevende stem) ;e
        3° de vergadering waarvoor men in principe recht op presentiegeld heeft, maar waarvoor het aanwezigheidsquorum niet werd bereikt;
        4° de vergaderingen die slechts gedeeltelijk werden bijgewoond;
        5° de vergaderingen die werden hervat op een andere dag;
        6° de vergaderingen van de deontologische commissie.
        (art. 17 §1 DLB en art. 15, lid 1 van het Besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.)
        § 2. Het presentiegeld bedraagt € 260,04 (spilindex 208.07) voor de vergaderingen van de gemeenteraad.
        Voor de andere vergaderingen bedoeld in par. 1, 2° tot 6° bedraagt het presentiegeld 50 % van het presentiegeld voor een gemeenteraadszitting.
        De voorzitter van de gemeenteraad ontvangt een dubbel presentiegeld voor de vergaderingen van de gemeenteraad die hij voorzit.
        Art. 39.
        §1. Conform de dienstverlening, zoals bepaald in dit reglement, hebben de gemeenteraadsleden op het gemeentehuis toegang tot telefoon en internet, en kunnen ze kopieën bekomen van gemeentelijke bestuursdocumenten.
        Alle raadsleden krijgen ook een beveiligde toegang tot het digitaal notuleringsprogramma.
        Elk raadslid krijgt een mailbox en e-mailadres van de gemeente. Raadsleden gebruiken enkel dit e-mailadres voor e-mails die te maken hebben met het raadslidmaatschap en gebruiken het e-mailadres ook enkel daarvoor.
        § 2. Gemeenteraadsleden kunnen de kosten van studiedagen of vormingscursussen, (ingericht door overheidsinstanties, onderwijsinstellingen of de VVSG), terugvorderen van het gemeentebestuur, voor zover deze cycli of studiedagen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun mandaat. Deze kosten moeten worden verantwoord met bewijsstukken.
        De terugvorderbare kosten worden beperkt tot een maximumbedrag van € 400 per raadslid per kalenderjaar.
        De relevantie en de kostprijs van de vorming worden beoordeeld door de algemeen directeur (art. 17, §3 DLB en art. 35 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris)
        § 3. Terugbetaling van bijkomende kosten veroorzaakt door een specifieke gezinssituatie (Bijv. opvang van kinderen, ouderen, zieke of mindervalide gezinsleden), wegens aanwezigheid op een raads- of commissievergadering, is mogelijk. Een verzoek tot terugbetaling met verantwoordingsstukken kan worden ingediend bij de algemeen directeur.
        Verplaatsingskosten van raadsleden buiten de gemeente, noodzakelijk voor de uitoefening van hun mandaat, worden door het gemeentebestuur terugbetaald na voorlegging van bewijsstukken, op basis van het tarief zoals vastgesteld voor het gemeentepersoneel in de rechtspositieregeling.
        Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de terugbetaling van de kosten van de mandatarissen. Dat document is openbaar.
        §. 4. De gemeente sluit een verzekering af om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die bij de normale uitoefening van hun mandaat persoonlijk ten laste komt van de gemeenteraadsleden. De gemeente sluit daarnaast ook een verzekering af voor ongevallen die de gemeenteraadsleden overkomen in het kader van de normale uitoefening van hun ambt.
        (art. 17, §5 DLB en Hoofdstuk 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris)
        (art. 17, §3 DLB en art. 36 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris)


        Art 40
        §1. Het presentiegeld dat toegekend wordt aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst bedraagt € 260,04 (spilindex 208.07).
        §2. De bepalingen uit art. 39 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst

        Verzoekschriften (art. 38, 9° en art. 304, §2 DLB)
        Art. 41.
        § 1. Iedere burger heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de gemeente in te dienen.
        (art. 304, §2 DLB)
        Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.
        De organen van de gemeente zijn de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de voorzitter van de gemeenteraad, de burgemeester, de algemeen directeur en elk ander orgaan van de gemeente dat als overheid optreedt.
        § 2. De verzoekschriften worden aan het orgaan van de gemeente gericht tot wiens bevoegdheid de inhoud van het verzoek behoort. Komt een verzoekschrift niet bij het juiste orgaan aan, dan bezorgt dit orgaan het verzoek aan de juiste bestemmeling.
        § 3. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoort, zijn onontvankelijk.
        Verzoekschriften die duidelijk tot de bevoegdheid van het OCMW behoren, worden overgemaakt aan het bevoegde orgaan van het OCMW. De indiener wordt daarvan op de hoogte gebracht.
        § 4. Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:
        1° de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;
        2° het louter een mening is en geen concreet verzoek;
        3° de vraag anoniem, d.w.z. zonder vermelding van naam, voornaam en adres, werd ingediend;
        4° het taalgebruik ervan beledigend is.
        Het orgaan of de voorzitter van het orgaan maakt deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen dat wel aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.
        Art. 42.
        §1. Is het een verzoekschrift voor de gemeenteraad, dan plaatst de voorzitter van de gemeenteraad het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad indien het minstens 14 dagen vóór de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.
        § 2. De gemeenteraad kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het college van burgemeester en schepenen of naar een gemeenteraadscommissie verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.
        § 3. De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meerdere personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door het betrokken orgaan van de gemeente. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.
        § 4. Het betrokken orgaan van de gemeente verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.

      • Deontologische code voor lokale mandatarissen van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst: goedkeuring

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
        Bevoegdheid

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 39 en 74.

        Juridisch kader

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Motivering

        Overeenkomstig artikelen 39 en 74 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur neemt de raad voor maatschappelijk welzijn een deontologische code aan, die van toepassing is op alle mandatarissen die deel uitmaken van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Tom Pacqué
        Voorstanders: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1. De deontologische code voor lokale mandatarissen wordt goedgekeurd.

        Art. 2. Deze code wordt als bijlage gevoegd bij onderhavig besluit.

        Bijlage: Deontologische code voor lokale mandatarissen - Regels voor transparantie

        Artikel 1
        De deontologische code is van toepassing op de lokale mandatarissen.
        Voor het OCMW van Sint-Martens-Latem worden hieronder begrepen:
        ­ de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn,
        ­ de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn,
        ­ de voorzitter van het vast bureau,
        ­ de leden van het vast bureau,
        ­ de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst,
        ­ de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        Deze code is bij uitbreiding eveneens van toepassing op de medewerkers van de lokale mandatarissen, welke ook hun statuut of hoedanigheid is (kabinets- en fractiemedewerkers), en op de vertrouwenspersonen.

        Lokale mandatarissen die namens het OCMW andere mandaten bekleden, zijn in die hoedanigheid eveneens ertoe gehouden de bepalingen van de deontologische code na te leven. Dit geldt zowel voor de mandaten die rechtstreeks in verband staan met hun ambt als voor alle hiervan afgeleide mandaten.

        Indien een mandaat namens het OCMW wordt opgenomen door een extern persoon, dus niet vermeld onder de eerste paragraaf van dit artikel, zal bij diens aanstelling gevraagd worden deze deontologische code te onderschrijven.

        Zij zullen er tevens over waken dat zij, ook buiten het kader van deze mandaten, geen dienstverlenende activiteiten ontplooien die afbreuk doen aan de eer en de waardigheid van hun ambt.


        Belangenvermenging en de schijn ervan
        Artikel 2
        Een lokale mandataris mag zijn/haar invloed en stem niet gebruiken voor het eigen persoonlijk belang. Dat mag ook niet voor het persoonlijk belang van een ander persoon of het belang van een organisatie bij wie hij/zij een directe of indirecte betrokkenheid heeft.

        Artikel 3
        Een lokale mandataris gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging, en zelfs de schijn daarvan, tegen. Een lokale mandataris neemt geen deel aan de bespreking en de stemming wanneer er sprake is van een beslissing waarbij belangenvermenging speelt.

        Gedrag bij stemming en beraadslaging: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 27 §1, §3 en §4
        Gedrag bij stemming en beraadslaging: Wet op de overheidsopdrachten, artikel 8
        Gedrag bij stemming en beraadslaging: Burgerlijk Wetboek, artikel 1596

        Artikel 4
        Een lokale mandataris beseft dat mogelijke belangenvermenging niet beperkt is tot de bespreking en stemming. Daarom zorgt een lokale mandataris dat er ook geen enkele beïnvloeding is tijdens de andere fases van het besluitvormingsproces.

        Artikel 5
        Een lokale mandataris zorgt dat bij contacten met de burger nooit de schijn gewekt wordt dat particuliere belangen begunstigd (kunnen) worden.

        Artikel 6
        Een lokale mandataris mag de in artikel 10 van het Decreet Lokaal Bestuur genoemde functies niet uitoefenen.

        Verboden functies voor lokale mandatarissen: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 10
        Onverenigbaarheden: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 11


        Artikel 7
        Een lokale mandataris mag de in artikel 27 §2 van het Decreet Lokaal Bestuur genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.

        Verboden handelingen: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 27 §2 en §3

        Artikel 8
        Ter bevordering van de transparantie en om schijn van partijdigheid te voorkomen, meldt een lokale mandataris aan de algemeen directeur welke betaalde en onbetaalde mandaten hij/zij vervult naast het politiek mandaat bij het lokaal bestuur.

        Artikel 9
        Een lokale mandataris meldt aan de algemeen directeur wanneer hij/zij substantiële financiële belangen heeft (bijvoorbeeld aandelen of opties) in een onderneming waarmee het OCMW zaken doet of waarin het OCMW een belang heeft.

        Artikel 10
        De door een lokale mandataris gemelde mandaten en substantiële financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan mandaat of belang moet meegedeeld worden. De algemeen directeur of een personeelslid dat daartoe door de algemeen directeur werd aangewezen, draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst van gemelde mandaten en belangen.

        Corruptie en de schijn ervan
        Artikel 11
        Een lokale mandataris mag zijn/haar invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen, diensten of andere gunsten die hem/haar gegeven of beloofd werden.

        Artikel 12
        Een lokale mandataris moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan.

        Wetgeving inzake corruptie: Strafwetboek, artikel 245

        Het aannemen van geschenken
        Artikel 13
        Een lokale mandataris neemt geen geschenken aan die hem/haar door zijn/haar functie worden aangeboden. Eventueel uitgezonderd zijn de incidentele, kleine attenties (zoals een bloemetje of een fles wijn) waarbij de schijn van corruptie en beïnvloeding minimaal is én waarbij minstens aan één van de onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
        ­ Het weigeren of teruggeven van het geschenk zou de gever ernstig kwetsen of bijzonder in verlegenheid brengen.
        ­ De overhandiging van het geschenk vindt in het openbaar plaats.
        ­ Het terugbezorgen van het geschenk is praktisch onwerkbaar.
        ­ Het gaat om een prijs die door de lokale mandataris gewonnen wordt bij een tombola of activiteit.

        Artikel 14
        Als geschenken (al dan niet volgens de regels in artikel 13 van deze code) in het bezit komen van een lokale mandataris, wordt dit door de lokale mandataris gemeld aan de algemeen directeur.

        Afhankelijk van de aard van het geschenk en de omstandigheden waarin het gegeven werd, wordt het ofwel alsnog terugbezorgd, ofwel eigendom van het OCMW. De algemeen directeur registreert deze giften en geeft ze in alle transparantie een gemeentelijke bestemming.

        Artikel 15
        De raad voor maatschappelijk welzijn kan in concrete gevallen afwijken van de regels die gelden over het aannemen van geschenken. Dit kan enkel in volledige openbaarheid.

        Het aannemen van persoonlijke geschenken, voordelen en diensten
        Artikel 16
        Een lokale mandataris accepteert geen persoonlijke geschenken, voordelen of diensten van anderen, die hem/haar uit door zijn/haar functie worden aangeboden, ontvangen, tenzij aan alle onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
        ­ Het weigeren ervan maakt het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar.
        ­ De schijn van corruptie of beïnvloeding is minimaal.

        Artikel 17
        Een lokale mandataris gebruikt die persoonlijke geschenken, voordelen of diensten die voor zijn/haar raadswerk aangenomen mogen worden nooit voor privédoeleinden.

        Het aannemen van uitnodigingen (voor bijvoorbeeld diners of recepties)
        Artikel 18
        Een lokale mandataris accepteert uitnodigingen (lunches, diners, recepties en andere) die door anderen betaald of gefinancierd worden enkel wanneer aan alle onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
        ­ De uitnodiging behoort tot de uitoefening van het raadswerk.
        ­ De aanwezigheid kan worden beschouwd als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van het OCMW, …).
        ­ De schijn van corruptie of beïnvloeding is minimaal.

        Het accepteren van reizen, verblijven en werkbezoeken
        Artikel 19
        Een lokale mandataris accepteert werkbezoeken, waarbij reis- en verblijfkosten door anderen betaald worden alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd besproken te worden op de raad voor maatschappelijk welzijn. De invitatie kan alleen geaccepteerd worden wanneer het bezoek aantoonbaar van belang is voor het OCMW en de schijn van corruptie of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd (schriftelijk) verslag gedaan aan de raad.

        Het gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur
        Artikel 20
        Een lokale mandataris houdt zich aan de regels die vastgelegd zijn over het gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur.

        Wetgeving inzake terugbetaling en verantwoording kosten: Besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris, artikel 35 §1

        Artikel 21
        Een lokale mandataris houdt zich aan de regels die vastgesteld zijn voor het gebruik van interne voorzieningen die voor het raadswerk worden voorzien zoals opgenomen in het huishoudelijk reglement.


        Artikel 22
        Een lokale mandataris houdt zich aan de regels over onkostenvergoedingen zoals vastgesteld in het huishoudelijk reglement.

        Wetgeving inzake terugbetaling specifieke kosten: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 38

        Omgaan met informatie
        Artikel 23
        De raad voor maatschappelijk welzijn werkt onder het principe van principiële openbaarheid. Zij ziet erop toe dat het vast bureau alle relevante informatie aangaande dossiers, stukken en akten openbaar toegankelijk maakt.

        Artikel 24
        Een lokale mandataris communiceert eerlijk over de redenen en motieven op basis waarvan hij/zij individueel gestemd heeft. Daarnaast communiceert een lokale mandataris eerlijk over de reden en motieven op basis waarvan de raad als geheel de beslissing genomen heeft.


        Artikel 25
        Een lokale mandataris is gebonden aan het beroepsgeheim wanneer hij/zij door de functie van lokale mandataris kennis krijgt van geheimen die door personen aan het OCMW zijn toevertrouwd. Bekendmaking van deze geheimen is verboden, behalve wanneer de wet de openbaring oplegt of mogelijk maakt.

        Artikel 26
        Naast het strenge beroepsgeheim geldt eveneens een geheimhoudingsplicht voor lokale mandatarissen. Deze plicht beschermt wat besproken wordt tijdens een besloten vergadering (feiten, meningen, overwegingen…).

        Wetgeving inzake beroepsgeheim: Strafwetboek, artikel 458
        Wetgeving inzake geheimhoudingsplicht: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 29 §4
        Wetgeving inzake openbaarheid van de vergadering: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 28

        Artikel 27
        Een lokale mandataris heeft een algemene discretieplicht. Hij/zij gaat op discrete en voorzichtige wijze om met de informatie die hem/haar toekomt in de uitoefening van zijn/haar functie.

        Wetgeving inzake vertrouwelijkheid van informatie: Wet betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, artikel 10 §2

        Artikel 28
        Een lokale mandataris gebruikt de informatie die hij/zij kreeg door de uitoefening van zijn/haar functie enkel voor zijn/haar raadswerk en niet voor zijn/haar persoonlijk belang of voor het persoonlijk belang van anderen.

        Artikel 29
        Een lokale mandataris maakt brieven niet openbaar en stuurt e-mails niet door wanneer het niet zeker is dat de afzender daarmee zou instemmen. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender wordt de expliciete toestemming gevraagd.

        Onderlinge omgang en afspraken over vergaderingen
        Artikel 30
        Raadsleden gaan respectvol om met elkaar, de voorzitter en de leden van het vast bureau, de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de personeelsleden van het OCMW.


        Artikel 31
        Raadsleden richten zich tot elkaar, de leden van het vast bureau en de leden van het bijzonder comité, de algemeen directeur en de andere personeelsleden op een correcte wijze en dit zowel verbaal, non-verbaal als schriftelijk, inclusief de elektronische communicatie.

        Artikel 32
        Lokale mandatarissen houden zich tijdens vergaderingen van de politieke organen aan het huishoudelijk reglement en volgen de aanwijzingen van de voorzitter hierover op.

        Artikel 33
        Lokale mandatarissen onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelsleden.

        Naleving en handhaving van de deontologische code
        Artikel 34
        De raad voor maatschappelijk welzijn richt een deontologische commissie op.

        Het aantal leden uit de fracties voor de samenstelling van de deontologische commissie is berekend volgens de verdeling systeem D’Hondt, waarbij het totaal aantal zetels gelijk is aan vijf.
        Aan deze commissie kunnen maximum twee externe onafhankelijken toegevoegd worden. Deze onafhankelijken zijn personen waarvan de fracties het eens zijn dat zij specialist ter zake zijn en onpartijdig kunnen oordelen.
        Indien voor het eind van het eerste jaar van de legislatuur hierover geen consensus is of indien niemand bereid was om te zetelen in de commissie, bestaat de commissie enkel uit de verkozen leden van de fracties en dit tot het einde van de legislatuur.

        De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn maakt deel uit van de vijf fractieleden die zetelen en is, tenzij anders overeengekomen, ook de voorzitter van de deontologische commissie.

        Elke fractie wijst de haar toegewezen mandaten in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Stel dat de raadsvoorzitter voordrachten ontvangt voor meer dan het aantal toegewezen zetels als leden van de commissie, dan beslist de raad. Bij deze voordracht kunnen ook één of meer plaatsvervangers aangeduid worden die in opgesomde volgorde het commissielid vervangen bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Een plaatsvervanger is een raadslid voorgedragen door dezelfde fractie, tenzij de fractie maar één lid telt. In dat geval kan ook een raadslid van een andere fractie voorgesteld worden. Een fractie kan tijdens de bestuursperiode steeds beslissen een ander lid aan te duiden en/of één of meer plaatsvervangers te vervangen of toe te voegen.

        Gaat het om een mogelijke schending van de code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform art. 7, §5, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur.

        Gaat het om een mogelijke schending van de code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door een plaatsvervanger in volgorde van hoe ze door de fractie werden voorgedragen.

        Artikel 35
        De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op.

        De commissie vergadert minstens één keer per legislatuur en wordt in ieder geval bijeengeroepen wanneer dat nodig is conform art. 41 van deze code of wanneer advies gevraagd wordt conform art 43.van deze code De voorzitter is daarenboven gehouden de commissie bijeen te roepen op aanvraag van minstens een derde van haar leden.

        De oproepingen vermelden in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en worden tenminste 8 dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd. In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de leden van de commissie vanaf de verzending van de agenda.

        De bezorging van de oproeping, de agenda en het dossier gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met als verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproep, agenda en dossiers ontvangen.

        De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar.

        De leden van de commissie werken volgens volgende principes:
        - De handhaving is onpartijdig.
        - Men is terughoudend met publiciteit.
        - Men gaat zorgvuldig om met de vermeende schender.

        Artikel 36
        De commissie is bevoegd voor:
        - Het formuleren van een gemotiveerd advies aan de raad over het vermoeden van een schending van deze code door personen die door deze code gevat worden zoals voorzien in de procedure van art. 40 tot 42 van deze code.
        - Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de raad over de inhoud van deze code met het oog op het bijsturen ervan. Dat kan op eigen initiatief van de commissie of minstens één keer per bestuursperiode op vraag van de raad conform art. 43 van deze code.



        Artikel 37
        De raad voor maatschappelijk welzijn ziet erop toe dat de fracties en de individuele lokale mandatarissen volgens de deontologische code handelen.

        Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de deontologische code, namelijk:
        ­ het voorkomen van mogelijke schendingen
        ­ het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code
        ­ het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische code
        ­ het eventueel zich uitspreken over schendingen van de deontologische code

        Het voorkomen van mogelijke schendingen
        Artikel 38
        Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een handeling die hij/zij wil verrichten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint het lid hierover advies in bij de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.


        Artikel 39
        Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij/zij die persoon. De lokale mandataris verwoordt de twijfels en verwijst de betrokkene zo nodig door naar de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.

        Het signaleren van vermoedens van schendingen
        (= start formele procedure binnen het lokaal bestuur)
        Artikel 40
        Wanneer een lokale mandataris vermoedt dat een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kan hij/zij hiervan melding van maken bij de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen).

        Indien na het gesprek met de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen) het vermoeden van een schending blijft bestaan, meldt de lokale mandataris dit aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en aan de algemeen directeur die samen een vooronderzoek doen. De algemeen directeur kan een personeelslid aanwijzen om dat in zijn/haar plaats te doen.


        Het onderzoeken van vermoedens van schendingen
        Artikel 41
        Wanneer de raadsvoorzitter en de algemeen directeur (of het daartoe aangewezen personeelslid) besluiten dat de melding onontvankelijk is dan betekent dit meteen het einde van de procedure die gestart werd naar aanleiding van dit vermoeden. De commissieleden worden hierover wel geïnformeerd.

        Is de melding ontvankelijk dan onderzoekt de commissie ten gronde en roept de voorzitter van de deontologische commissie de commissie bijeen binnen de dertig dagen na de melding. De periode van dertig dagen wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.

        De commissie onderzoekt de melding en geeft zowel de melder als de vermeende schender de kans zich te laten horen. Ook mogelijke getuigen kunnen gehoord worden. Niemand kan daartoe verplicht worden.

        Na het horen van betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

        Het zich uitspreken over schendingen
        (= einde formele procedure binnen het lokaal bestuur)
        Artikel 42
        Enkel de raad voor maatschappelijk welzijn kan zich uitspreken of een mandataris van de gemeente een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit.

        Wanneer de raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat deze code geschonden werd door een mandataris van de gemeente, dan kan de raad:
        - zich uitdrukkelijk distantiëren van het gedrag van een raadslid.
        - vragen dat het raadslid zich verontschuldigt.
        - beslissen een melding te doen bij het parket of Audit Vlaanderen.
        - bij een kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van of door de burgemeester, een schepen of de raadsvoorzitter een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen.


        Evalueren van de deontologische code
        Artikel 43
        Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt o.a. bekeken of de code nog actueel is, nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.


        Enkele algemene bepalingen
        Artikel 44
        De lokale mandatarissen zullen voor de omschrijving van hun dienstverlenende activiteiten geen termen gebruiken die verwarring kunnen scheppen met officiële, door de overheden ingestelde instanties belast met het verstrekken van informatie of met de behandeling van klachten. Het gebruik van de termen ‘ombuds’, ‘klachtendienst’ en andere afleidingen of samenstellingen is verboden.

        Artikel 45
        De lokale mandatarissen maken in hun verkiezingscampagnes en -mailings die gericht zijn op individuen geen melding van de diensten die zij eventueel voor de betrokkenen hebben verricht. In geen geval mogen zij de indruk wekken dat zij om steun vragen in ruil voor bewezen diensten.

        Artikel 46
        Bij hun optreden op en buiten het lokale bestuursniveau en in hun contacten met individuen, groepen, instellingen en bedrijven, geven de lokale mandatarissen principieel voorrang aan het algemeen boven het particulier belang.

        Artikel 47
        Elke vorm van rechtstreekse dienstverlening, informatiebemiddeling, doorverwijzing of begeleiding gebeurt zonder enige materiële of geldelijke tegenprestatie van welke aard of omvang ook en mag geen vorm van cliëntenwerving inhouden.

        Artikel 48
        De lokale mandatarissen staan op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers zonder onderscheid van geslacht, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische voorkeur of persoonlijke gevoelens.

        Informatiebemiddeling

        Artikel 49
        Het behoort tot de wezenlijke taken van de lokale mandataris informatie te ontvangen en te verstrekken, in het bijzonder over de diensten die instaan voor informatieverstrekking en over de manier waarop de burger zelf informatie kan opvragen in het kader van de openbaarheid van bestuur.

        Artikel 50
        De lokale mandatarissen stellen informatie ter beschikking van de burger met betrekking tot de werking van de ombudsdiensten en van de diensten die instaan voor de behandeling van klachten over het optreden of het niet-optreden van de overheid.

        Artikel 51
        Informatie waarop de vraagsteller geen recht heeft, die de goede werking van de administratie kan doorkruisen of die de privacy van anderen in het gedrang kan brengen, mogen door de lokale mandatarissen niet worden doorgegeven.

        Artikel 52
        De lokale mandatarissen verwijzen de vragensteller, waar mogelijk, naar de bevoegde administratieve dienst(en). Waar het gaat om de behandeling van klachten en/of conflicten, worden de belanghebbenden in eerste instantie doorverwezen naar de bevoegde klachten- of ombudsdienst.

        Administratieve begeleiding en ondersteuning

        Artikel 53
        De lokale mandatarissen kunnen de burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie of met de betrokken instanties. Zij kunnen de burgers helpen om, via de daartoe geëigende kanalen en procedures, een aanvraag te richten tot de overheid, informatie te verkrijgen over de stand van zaken in een dossier, daarover nadere uitleg en toelichting te vragen en vragen te stellen over de administratieve behandeling van dossiers.

        Artikel 54
        Bij de administratieve begeleiding en ondersteuning van de burgers respecteren de lokale mandatarissen de onafhankelijkheid van de diensten en van de personeelsleden, de objectiviteit van de procedures en de termijnen die als redelijk moeten worden beschouwd voor de afhandeling van soortgelijke dossiers.

        Artikel 55
        De briefwisseling met de overheid, gevoerd in het kader van de administratieve begeleiding en ondersteuning, wordt uitsluitend op naam van de burger gesteld. Er wordt op geen enkele wijze melding gemaakt van de begeleidende en ondersteunende rol van de lokale mandataris.

        Bespoedigings- en begunstigingstussenkomsten
        Bespoedigingstussenkomsten
        Artikel 56
        Bespoedigingstussenkomsten zijn tussenkomsten waarbij lokale mandatarissen een administratieve procedure proberen te bespoedigen in gevallen of in dossiers die zonder die tussenkomst een regelmatige afloop of resultaat zouden krijgen, maar dan na verloop van een langere verwerkings- of behandelingstermijn.
        Dergelijke tussenkomsten, die een ongelijke behandeling van de betrokken burgers inhouden, zijn verboden.
        Begunstigingstussenkomsten
        Artikel 57
        Begunstigingstussenkomsten zijn tussenkomsten waarbij de lokale mandataris zijn voorspraak aanwendt om de afloop of het resultaat van een zaak of van een dossier te beïnvloeden in de door de belanghebbende burger gewenste zin. Dergelijke tussenkomsten zijn verboden.

        Artikel 58
        Tussenkomsten bij selectie voerende instanties, die tot doel hebben het verhogen van kansen op benoeming, aanstelling en bevordering in de administratie, zijn verboden.
        Lokale mandatarissen die om steun gevraagd worden door of voor kandidaten die een functie, aanstelling of bevordering ambiëren, delen betrokkene mee dat de aanstelling, de benoeming of de bevordering gebeurt op basis van de geldende normen en procedures. Zij verwijzen de belanghebbende naar de bevoegde dienst of instantie.

        Artikel 59
        Lokale mandatarissen mogen occasioneel en op eigen initiatief personen aanbevelen bij werkgevers in de particuliere sector. Ze mogen geen enkele tegenprestatie, van welke aard ook, beloven of leveren aan de betrokken werkgevers.

        Artikel 60
        De algemeen directeur neemt de nodige maatregelen opdat de dossier behandelende personeelsleden alle tussenkomsten opnemen in het desbetreffende administratieve dossier, wat ook de aard van de tussenkomst of de hoedanigheid van de tussenkomende persoon is.

        Artikel 61
        Louter informatieve vragen van algemene of technische aard worden niet beschouwd als tussenkomsten die in het administratief dossier dienen te worden opgenomen.

    • Algemene financiering

      • Jaarrekening 2023 - Besluit van de gouverneur: kennisname

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
        Bevoegdheid

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 332 par. 1 - alinea 2.

        Juridisch kader

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 260, 261 en de artikelen 330 tot 334 betreffende het algemeen bestuurlijk toezicht.

        Motivering

        Bij haar besluit van 8 november 2024 verleende de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen goedkeuring aan de jaarrekening over het financiële boekjaar 2023 van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn Sint-Martens-Latem.

        De raad dienst officieel kennis te nemen van dit besluit. 

        Besluit

        Enig artikel. Kennis wordt genomen van het besluit van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen houdende goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2023.

         

    • Welzijn

      • Lokale adviescommissie voor elektriciteit, gas en water - aanduiding leden: goedkeuring

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Pieter Vanderheyden, Aangewezen Burgemeester
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Tom Pacqué, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: An De Vreese, Algemeen directeur
        Bevoegdheid

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 77.

        Juridisch kader

        Het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water.

        Het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water, zoals laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 21 december 2018.

        De omzendbrief BA 97/19 betreffende het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water. - Rol van de lokale adviescommissie.

        Geheime stemming
        Aanwezig: Filip Vanparys, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Bea Roos, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Alain Meul, Tom Pacqué
        Gestemd: Kristof Vanden Berghe, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Alain Meul, Bea Roos, Griet Embo, Bart Colpaert, Peter Verplancke, Marian De Clercq, Herman Vansintjan, Rigo Van de Voorde, Filip Vanparys, Louis Notte, Peter Draulans, Charlotte Lecluyse, Pieter Vanderheyden, Filip Christiaens, Zoé Suffys, Bart Vandesompele
        Stemmen voor: 19
        Stemmen tegen: 0
        Onthoudingen: 0
        Resultaat:

        met 19 ja stemmen, 0 neen stemmen en 0 onthoudingen.

        Besluit

        Artikel 1. Worden aangeduid als lid van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water:

        - de heer Jan Volckaert, maatschappelijk werker van het OCMW

        - de heer Bart Verkerken, lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

        - mevrouw Kathleen Meirlaen, lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst is plaatsvervanger voor de heer Bart Verkerken.

        Art. 2. Indien de Raad voor Maatschappelijk Welzijn dit besluit niet herroept blijft het geldig tot de eerstvolgende vernieuwing van de raad (2030).

Namens Raad voor Maatschappelijk Welzijn,

Tom Pacqué
Algemeen directeur - waarnemend

Filip Vanparys
Voorzitter