Terug
Gepubliceerd op 23/10/2025

Notulen  Raad voor Maatschappelijk Welzijn

ma 15/09/2025 - 20:00 Raadzaal
Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
Jef Van den Heede, Algemeen directeur - waarnemend
Verontschuldigd: Pieter Vanderheyden, Burgemeester
Bea Roos, Bart Colpaert, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
  • Goedkeuring notulen

    • Goedkeuring notulen en zittingsverslag raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2025

      Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
      Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
      Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
      Jef Van den Heede, Algemeen directeur - waarnemend
      Verontschuldigd: Pieter Vanderheyden, Burgemeester
      Bea Roos, Bart Colpaert, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
      Bevoegdheid

      Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 74.

      Juridisch kader

      Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 74, 277 en 278.

      Motivering

      Het zittingsverslag werd vervangen door een audio-opname die beschikbaar wordt gesteld op de website.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Filip Vanparys, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Jef Van den Heede
      Voorstanders: Filip Vanparys, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel. Keurt de notulen en het zittingsverslag van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 23 juni 2025 goed.

  • Openbaar

    • Algemeen bestuur

      • Opvolgingsrapportering meerjarenplan 2020-2025: kennisname

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Jef Van den Heede, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: Pieter Vanderheyden, Burgemeester
        Bea Roos, Bart Colpaert, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid

        Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 263.

        Juridisch kader

        Decreet over het Lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen van 30 maart 2018, in het bijzonder artikel 29.

        Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

        Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 betreffende de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de autonome gemeentebedrijven en de welzijnsverenigingen die de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen toepassen vanaf 1 januari 2019

        Omzendbrief KB/ABB 2018/2: Omzendbrief betreffende de budgetten en de éénjarige meerjarenplannen 2019 van 20 juli 2018.

        Motivering

        De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het opvolgingsrapport over het eerste semester van 2025.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Filip Vanparys, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Jef Van den Heede
        Voorstanders: Filip Vanparys, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Rigo Van de Voorde, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Peter Verplancke, Alain Meul
        Onthouders: Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Bart Vandesompele
        Resultaat: Met 10 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Enig artikel. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het opvolgingsrapport over het eerste semester van 2025.

      • Deontologische code voor lokale mandatarissen van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst - aanpassing: goedkeuring

        Aanwezig: Filip Vanparys, Voorzitter
        Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Schepenen
        Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Jef Van den Heede, Algemeen directeur - waarnemend
        Verontschuldigd: Pieter Vanderheyden, Burgemeester
        Bea Roos, Bart Colpaert, Lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 39 en 74.

        Juridisch kader

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Verwijzingen

        Ons besluit van 27 januari 2025 houdende goedkeuring van de deontologische code oor lokale mandatarissen van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst

        Motivering

        Overeenkomstig artikelen 39 en 74 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur neemt de raad voor maatschappelijk welzijn een deontologische code aan, die van toepassing is op alle mandatarissen die deel uitmaken van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Filip Vanparys, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul, Jef Van den Heede
        Voorstanders: Filip Vanparys, Filip Christiaens, Peter Draulans, Louis Notte, Griet Embo, Rigo Van de Voorde, Kristof Vanden Berghe, Marian De Clercq, Nicolas Bosschem, Lode Scheerder, Herman Vansintjan, Zoé Suffys, Charlotte Lecluyse, Bart Vandesompele, Peter Verplancke, Alain Meul
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1. In de deontologische code voor lokale mandatarissen die deel uitmaken van de raad voor maatschappelijk welzijn , het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst zoals goedgekeurd in de OCMW-raadszitting van 27 januari 2025 wordt in artikel 40 alinea 2 vervangen door volgende bepaling:

        'Indien na het gesprek met de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen) het vermoeden van een schending blijft bestaan, meldt de lokale mandataris dit aan de voorzitter van de gemeenteraad en aan de algemeen directeur. De algemeen directeur doet het onderzoek. De algemeen directeur kan een personeelslid aanwijzen om dat in zijn/haar plaats te doen.'

        Art. 2. In de deontologische code voor lokale mandatarissen die deel uitmaken van de raad voor maatschappelijk welzijn , het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst zoals goedgekeurd in de OCMW-raadszitting van 27 januari 202 wordt in artikel 41 na alinea 1 volgende alinea toegevoegd:

        'Indien de klager niet akkoord gaat met de beslissing tot onontvankelijkheid van de algemeen directeur, kan hij de deontologische commissie vatten binnen de veertien dagen door mededeling aan de voorzitter van de deontologische commissie.'

         Artikel 3. De geactualiseerde versie van deze code wordt als bijlage aan onderhavig besluit toegevoegd.

        Bijlage: Deontologische code voor lokale mandatarissen - Regels voor transparantie

        Artikel 1
        De deontologische code is van toepassing op de lokale mandatarissen.
        Voor het OCMW van Sint-Martens-Latem worden hieronder begrepen:
        ­ de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn,
        ­ de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn,
        ­ de voorzitter van het vast bureau,
        ­ de leden van het vast bureau,
        ­ de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst,
        ­ de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        Deze code is bij uitbreiding eveneens van toepassing op de medewerkers van de lokale mandatarissen, welke ook hun statuut of hoedanigheid is (kabinets- en fractiemedewerkers), en op de vertrouwenspersonen.

        Lokale mandatarissen die namens het OCMW andere mandaten bekleden, zijn in die hoedanigheid eveneens ertoe gehouden de bepalingen van de deontologische code na te leven. Dit geldt zowel voor de mandaten die rechtstreeks in verband staan met hun ambt als voor alle hiervan afgeleide mandaten.

        Indien een mandaat namens het OCMW wordt opgenomen door een extern persoon, dus niet vermeld onder de eerste paragraaf van dit artikel, zal bij diens aanstelling gevraagd worden deze deontologische code te onderschrijven.

        Zij zullen er tevens over waken dat zij, ook buiten het kader van deze mandaten, geen dienstverlenende activiteiten ontplooien die afbreuk doen aan de eer en de waardigheid van hun ambt.


        Belangenvermenging en de schijn ervan
        Artikel 2
        Een lokale mandataris mag zijn/haar invloed en stem niet gebruiken voor het eigen persoonlijk belang. Dat mag ook niet voor het persoonlijk belang van een ander persoon of het belang van een organisatie bij wie hij/zij een directe of indirecte betrokkenheid heeft.

        Artikel 3
        Een lokale mandataris gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging, en zelfs de schijn daarvan, tegen. Een lokale mandataris neemt geen deel aan de bespreking en de stemming wanneer er sprake is van een beslissing waarbij belangenvermenging speelt.

        Gedrag bij stemming en beraadslaging: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 27 §1, §3 en §4
        Gedrag bij stemming en beraadslaging: Wet op de overheidsopdrachten, artikel 8
        Gedrag bij stemming en beraadslaging: Burgerlijk Wetboek, artikel 1596

        Artikel 4
        Een lokale mandataris beseft dat mogelijke belangenvermenging niet beperkt is tot de bespreking en stemming. Daarom zorgt een lokale mandataris dat er ook geen enkele beïnvloeding is tijdens de andere fases van het besluitvormingsproces.

        Artikel 5
        Een lokale mandataris zorgt dat bij contacten met de burger nooit de schijn gewekt wordt dat particuliere belangen begunstigd (kunnen) worden.

        Artikel 6
        Een lokale mandataris mag de in artikel 10 van het Decreet Lokaal Bestuur genoemde functies niet uitoefenen.

        Verboden functies voor lokale mandatarissen: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 10
        Onverenigbaarheden: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 11


        Artikel 7
        Een lokale mandataris mag de in artikel 27 §2 van het Decreet Lokaal Bestuur genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.

        Verboden handelingen: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 27 §2 en §3

        Artikel 8
        Ter bevordering van de transparantie en om schijn van partijdigheid te voorkomen, meldt een lokale mandataris aan de algemeen directeur welke betaalde en onbetaalde mandaten hij/zij vervult naast het politiek mandaat bij het lokaal bestuur.

        Artikel 9
        Een lokale mandataris meldt aan de algemeen directeur wanneer hij/zij substantiële financiële belangen heeft (bijvoorbeeld aandelen of opties) in een onderneming waarmee het OCMW zaken doet of waarin het OCMW een belang heeft.

        Artikel 10
        De door een lokale mandataris gemelde mandaten en substantiële financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan mandaat of belang moet meegedeeld worden. De algemeen directeur of een personeelslid dat daartoe door de algemeen directeur werd aangewezen, draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst van gemelde mandaten en belangen.

        Corruptie en de schijn ervan
        Artikel 11
        Een lokale mandataris mag zijn/haar invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen, diensten of andere gunsten die hem/haar gegeven of beloofd werden.

        Artikel 12
        Een lokale mandataris moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan.

        Wetgeving inzake corruptie: Strafwetboek, artikel 245

        Het aannemen van geschenken
        Artikel 13
        Een lokale mandataris neemt geen geschenken aan die hem/haar door zijn/haar functie worden aangeboden. Eventueel uitgezonderd zijn de incidentele, kleine attenties (zoals een bloemetje of een fles wijn) waarbij de schijn van corruptie en beïnvloeding minimaal is én waarbij minstens aan één van de onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
        ­ Het weigeren of teruggeven van het geschenk zou de gever ernstig kwetsen of bijzonder in verlegenheid brengen.
        ­ De overhandiging van het geschenk vindt in het openbaar plaats.
        ­ Het terugbezorgen van het geschenk is praktisch onwerkbaar.
        ­ Het gaat om een prijs die door de lokale mandataris gewonnen wordt bij een tombola of activiteit.

        Artikel 14
        Als geschenken (al dan niet volgens de regels in artikel 13 van deze code) in het bezit komen van een lokale mandataris, wordt dit door de lokale mandataris gemeld aan de algemeen directeur.

        Afhankelijk van de aard van het geschenk en de omstandigheden waarin het gegeven werd, wordt het ofwel alsnog terugbezorgd, ofwel eigendom van het OCMW. De algemeen directeur registreert deze giften en geeft ze in alle transparantie een gemeentelijke bestemming.

        Artikel 15
        De raad voor maatschappelijk welzijn kan in concrete gevallen afwijken van de regels die gelden over het aannemen van geschenken. Dit kan enkel in volledige openbaarheid.

        Het aannemen van persoonlijke geschenken, voordelen en diensten
        Artikel 16
        Een lokale mandataris accepteert geen persoonlijke geschenken, voordelen of diensten van anderen, die hem/haar uit door zijn/haar functie worden aangeboden, ontvangen, tenzij aan alle onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
        ­ Het weigeren ervan maakt het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar.
        ­ De schijn van corruptie of beïnvloeding is minimaal.

        Artikel 17
        Een lokale mandataris gebruikt die persoonlijke geschenken, voordelen of diensten die voor zijn/haar raadswerk aangenomen mogen worden nooit voor privédoeleinden.

        Het aannemen van uitnodigingen (voor bijvoorbeeld diners of recepties)
        Artikel 18
        Een lokale mandataris accepteert uitnodigingen (lunches, diners, recepties en andere) die door anderen betaald of gefinancierd worden enkel wanneer aan alle onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
        ­ De uitnodiging behoort tot de uitoefening van het raadswerk.
        ­ De aanwezigheid kan worden beschouwd als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van het OCMW, …).
        ­ De schijn van corruptie of beïnvloeding is minimaal.

        Het accepteren van reizen, verblijven en werkbezoeken
        Artikel 19
        Een lokale mandataris accepteert werkbezoeken, waarbij reis- en verblijfkosten door anderen betaald worden alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd besproken te worden op de raad voor maatschappelijk welzijn. De invitatie kan alleen geaccepteerd worden wanneer het bezoek aantoonbaar van belang is voor het OCMW en de schijn van corruptie of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd (schriftelijk) verslag gedaan aan de raad.

        Het gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur
        Artikel 20
        Een lokale mandataris houdt zich aan de regels die vastgelegd zijn over het gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur.

        Wetgeving inzake terugbetaling en verantwoording kosten: Besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris, artikel 35 §1

        Artikel 21
        Een lokale mandataris houdt zich aan de regels die vastgesteld zijn voor het gebruik van interne voorzieningen die voor het raadswerk worden voorzien zoals opgenomen in het huishoudelijk reglement.


        Artikel 22
        Een lokale mandataris houdt zich aan de regels over onkostenvergoedingen zoals vastgesteld in het huishoudelijk reglement.

        Wetgeving inzake terugbetaling specifieke kosten: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 38

        Omgaan met informatie
        Artikel 23
        De raad voor maatschappelijk welzijn werkt onder het principe van principiële openbaarheid. Zij ziet erop toe dat het vast bureau alle relevante informatie aangaande dossiers, stukken en akten openbaar toegankelijk maakt.

        Artikel 24
        Een lokale mandataris communiceert eerlijk over de redenen en motieven op basis waarvan hij/zij individueel gestemd heeft. Daarnaast communiceert een lokale mandataris eerlijk over de reden en motieven op basis waarvan de raad als geheel de beslissing genomen heeft.


        Artikel 25
        Een lokale mandataris is gebonden aan het beroepsgeheim wanneer hij/zij door de functie van lokale mandataris kennis krijgt van geheimen die door personen aan het OCMW zijn toevertrouwd. Bekendmaking van deze geheimen is verboden, behalve wanneer de wet de openbaring oplegt of mogelijk maakt.

        Artikel 26
        Naast het strenge beroepsgeheim geldt eveneens een geheimhoudingsplicht voor lokale mandatarissen. Deze plicht beschermt wat besproken wordt tijdens een besloten vergadering (feiten, meningen, overwegingen…).

        Wetgeving inzake beroepsgeheim: Strafwetboek, artikel 458
        Wetgeving inzake geheimhoudingsplicht: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 29 §4
        Wetgeving inzake openbaarheid van de vergadering: Decreet Lokaal Bestuur, artikel 28

        Artikel 27
        Een lokale mandataris heeft een algemene discretieplicht. Hij/zij gaat op discrete en voorzichtige wijze om met de informatie die hem/haar toekomt in de uitoefening van zijn/haar functie.

        Wetgeving inzake vertrouwelijkheid van informatie: Wet betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, artikel 10 §2

        Artikel 28
        Een lokale mandataris gebruikt de informatie die hij/zij kreeg door de uitoefening van zijn/haar functie enkel voor zijn/haar raadswerk en niet voor zijn/haar persoonlijk belang of voor het persoonlijk belang van anderen.

        Artikel 29
        Een lokale mandataris maakt brieven niet openbaar en stuurt e-mails niet door wanneer het niet zeker is dat de afzender daarmee zou instemmen. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender wordt de expliciete toestemming gevraagd.

        Onderlinge omgang en afspraken over vergaderingen
        Artikel 30
        Raadsleden gaan respectvol om met elkaar, de voorzitter en de leden van het vast bureau, de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de personeelsleden van het OCMW.


        Artikel 31
        Raadsleden richten zich tot elkaar, de leden van het vast bureau en de leden van het bijzonder comité, de algemeen directeur en de andere personeelsleden op een correcte wijze en dit zowel verbaal, non-verbaal als schriftelijk, inclusief de elektronische communicatie.

        Artikel 32
        Lokale mandatarissen houden zich tijdens vergaderingen van de politieke organen aan het huishoudelijk reglement en volgen de aanwijzingen van de voorzitter hierover op.

        Artikel 33
        Lokale mandatarissen onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelsleden.

        Naleving en handhaving van de deontologische code
        Artikel 34
        De raad voor maatschappelijk welzijn richt een deontologische commissie op.

        Het aantal leden uit de fracties voor de samenstelling van de deontologische commissie is berekend volgens de verdeling systeem D’Hondt, waarbij het totaal aantal zetels gelijk is aan vijf.
        Aan deze commissie kunnen maximum twee externe onafhankelijken toegevoegd worden. Deze onafhankelijken zijn personen waarvan de fracties het eens zijn dat zij specialist ter zake zijn en onpartijdig kunnen oordelen.
        Indien voor het eind van het eerste jaar van de legislatuur hierover geen consensus is of indien niemand bereid was om te zetelen in de commissie, bestaat de commissie enkel uit de verkozen leden van de fracties en dit tot het einde van de legislatuur.

        De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn maakt deel uit van de vijf fractieleden die zetelen en is, tenzij anders overeengekomen, ook de voorzitter van de deontologische commissie.

        Elke fractie wijst de haar toegewezen mandaten in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Stel dat de raadsvoorzitter voordrachten ontvangt voor meer dan het aantal toegewezen zetels als leden van de commissie, dan beslist de raad. Bij deze voordracht kunnen ook één of meer plaatsvervangers aangeduid worden die in opgesomde volgorde het commissielid vervangen bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Een plaatsvervanger is een raadslid voorgedragen door dezelfde fractie, tenzij de fractie maar één lid telt. In dat geval kan ook een raadslid van een andere fractie voorgesteld worden. Een fractie kan tijdens de bestuursperiode steeds beslissen een ander lid aan te duiden en/of één of meer plaatsvervangers te vervangen of toe te voegen.

        Gaat het om een mogelijke schending van de code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform art. 7, §5, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur.

        Gaat het om een mogelijke schending van de code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door een plaatsvervanger in volgorde van hoe ze door de fractie werden voorgedragen.

        Artikel 35
        De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op.

        De commissie vergadert minstens één keer per legislatuur en wordt in ieder geval bijeengeroepen wanneer dat nodig is conform art. 41 van deze code of wanneer advies gevraagd wordt conform art 43.van deze code De voorzitter is daarenboven gehouden de commissie bijeen te roepen op aanvraag van minstens een derde van haar leden.

        De oproepingen vermelden in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en worden tenminste 8 dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd. In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de leden van de commissie vanaf de verzending van de agenda.

        De bezorging van de oproeping, de agenda en het dossier gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met als verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproep, agenda en dossiers ontvangen.

        De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar.

        De leden van de commissie werken volgens volgende principes:
        - De handhaving is onpartijdig.
        - Men is terughoudend met publiciteit.
        - Men gaat zorgvuldig om met de vermeende schender.

        Artikel 36
        De commissie is bevoegd voor:
        - Het formuleren van een gemotiveerd advies aan de raad over het vermoeden van een schending van deze code door personen die door deze code gevat worden zoals voorzien in de procedure van art. 40 tot 42 van deze code.
        - Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de raad over de inhoud van deze code met het oog op het bijsturen ervan. Dat kan op eigen initiatief van de commissie of minstens één keer per bestuursperiode op vraag van de raad conform art. 43 van deze code.



        Artikel 37
        De raad voor maatschappelijk welzijn ziet erop toe dat de fracties en de individuele lokale mandatarissen volgens de deontologische code handelen.

        Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de deontologische code, namelijk:
        ­ het voorkomen van mogelijke schendingen
        ­ het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code
        ­ het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische code
        ­ het eventueel zich uitspreken over schendingen van de deontologische code

        Het voorkomen van mogelijke schendingen
        Artikel 38
        Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een handeling die hij/zij wil verrichten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint het lid hierover advies in bij de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.


        Artikel 39
        Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij/zij die persoon. De lokale mandataris verwoordt de twijfels en verwijst de betrokkene zo nodig door naar de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.

        Het signaleren van vermoedens van schendingen
        (= start formele procedure binnen het lokaal bestuur)
        Artikel 40
        Wanneer een lokale mandataris vermoedt dat een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kan hij/zij hiervan melding van maken bij de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen).

        Indien na het gesprek met de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen) het vermoeden van een schending blijft bestaan, meldt de lokale mandataris dit aan de voorzitter van de gemeenteraad en aan de algemeen directeur. De algemeen directeur doet het vooronderzoek. De algemeen directeur kan een personeelslid aanwijzen om dat in zijn/haar plaats te doen.

        Het onderzoeken van vermoedens van schendingen
        Artikel 41
        Wanneer de raadsvoorzitter en de algemeen directeur (of het daartoe aangewezen personeelslid) besluiten dat de melding onontvankelijk is dan betekent dit meteen het einde van de procedure die gestart werd naar aanleiding van dit vermoeden. De commissieleden worden hierover wel geïnformeerd.

        'Indien de klager niet akkoord gaat met de beslissing tot onontvankelijkheid van de algemeen directeur, kan hij de deontologische commissie vatten binnen de veertien dagen door mededeling aan de voorzitter van de deontologische commissie.

        Is de melding ontvankelijk dan onderzoekt de commissie ten gronde en roept de voorzitter van de deontologische commissie de commissie bijeen binnen de dertig dagen na de melding. De periode van dertig dagen wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.

        De commissie onderzoekt de melding en geeft zowel de melder als de vermeende schender de kans zich te laten horen. Ook mogelijke getuigen kunnen gehoord worden. Niemand kan daartoe verplicht worden.

        Na het horen van betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

        Het zich uitspreken over schendingen
        (= einde formele procedure binnen het lokaal bestuur)
        Artikel 42
        Enkel de raad voor maatschappelijk welzijn kan zich uitspreken of een mandataris van de gemeente een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit.

        Wanneer de raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat deze code geschonden werd door een mandataris van de gemeente, dan kan de raad:
        - zich uitdrukkelijk distantiëren van het gedrag van een raadslid.
        - vragen dat het raadslid zich verontschuldigt.
        - beslissen een melding te doen bij het parket of Audit Vlaanderen.
        - bij een kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van of door de burgemeester, een schepen of de raadsvoorzitter een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen.


        Evalueren van de deontologische code
        Artikel 43
        Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt o.a. bekeken of de code nog actueel is, nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.


        Enkele algemene bepalingen
        Artikel 44
        De lokale mandatarissen zullen voor de omschrijving van hun dienstverlenende activiteiten geen termen gebruiken die verwarring kunnen scheppen met officiële, door de overheden ingestelde instanties belast met het verstrekken van informatie of met de behandeling van klachten. Het gebruik van de termen ‘ombuds’, ‘klachtendienst’ en andere afleidingen of samenstellingen is verboden.

        Artikel 45
        De lokale mandatarissen maken in hun verkiezingscampagnes en -mailings die gericht zijn op individuen geen melding van de diensten die zij eventueel voor de betrokkenen hebben verricht. In geen geval mogen zij de indruk wekken dat zij om steun vragen in ruil voor bewezen diensten.

        Artikel 46
        Bij hun optreden op en buiten het lokale bestuursniveau en in hun contacten met individuen, groepen, instellingen en bedrijven, geven de lokale mandatarissen principieel voorrang aan het algemeen boven het particulier belang.

        Artikel 47
        Elke vorm van rechtstreekse dienstverlening, informatiebemiddeling, doorverwijzing of begeleiding gebeurt zonder enige materiële of geldelijke tegenprestatie van welke aard of omvang ook en mag geen vorm van cliëntenwerving inhouden.

        Artikel 48
        De lokale mandatarissen staan op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers zonder onderscheid van geslacht, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische voorkeur of persoonlijke gevoelens.

        Informatiebemiddeling

        Artikel 49
        Het behoort tot de wezenlijke taken van de lokale mandataris informatie te ontvangen en te verstrekken, in het bijzonder over de diensten die instaan voor informatieverstrekking en over de manier waarop de burger zelf informatie kan opvragen in het kader van de openbaarheid van bestuur.

        Artikel 50
        De lokale mandatarissen stellen informatie ter beschikking van de burger met betrekking tot de werking van de ombudsdiensten en van de diensten die instaan voor de behandeling van klachten over het optreden of het niet-optreden van de overheid.

        Artikel 51
        Informatie waarop de vraagsteller geen recht heeft, die de goede werking van de administratie kan doorkruisen of die de privacy van anderen in het gedrang kan brengen, mogen door de lokale mandatarissen niet worden doorgegeven.

        Artikel 52
        De lokale mandatarissen verwijzen de vragensteller, waar mogelijk, naar de bevoegde administratieve dienst(en). Waar het gaat om de behandeling van klachten en/of conflicten, worden de belanghebbenden in eerste instantie doorverwezen naar de bevoegde klachten- of ombudsdienst.

        Administratieve begeleiding en ondersteuning

        Artikel 53
        De lokale mandatarissen kunnen de burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie of met de betrokken instanties. Zij kunnen de burgers helpen om, via de daartoe geëigende kanalen en procedures, een aanvraag te richten tot de overheid, informatie te verkrijgen over de stand van zaken in een dossier, daarover nadere uitleg en toelichting te vragen en vragen te stellen over de administratieve behandeling van dossiers.

        Artikel 54
        Bij de administratieve begeleiding en ondersteuning van de burgers respecteren de lokale mandatarissen de onafhankelijkheid van de diensten en van de personeelsleden, de objectiviteit van de procedures en de termijnen die als redelijk moeten worden beschouwd voor de afhandeling van soortgelijke dossiers.

        Artikel 55
        De briefwisseling met de overheid, gevoerd in het kader van de administratieve begeleiding en ondersteuning, wordt uitsluitend op naam van de burger gesteld. Er wordt op geen enkele wijze melding gemaakt van de begeleidende en ondersteunende rol van de lokale mandataris.

        Bespoedigings- en begunstigingstussenkomsten
        Bespoedigingstussenkomsten
        Artikel 56
        Bespoedigingstussenkomsten zijn tussenkomsten waarbij lokale mandatarissen een administratieve procedure proberen te bespoedigen in gevallen of in dossiers die zonder die tussenkomst een regelmatige afloop of resultaat zouden krijgen, maar dan na verloop van een langere verwerkings- of behandelingstermijn.
        Dergelijke tussenkomsten, die een ongelijke behandeling van de betrokken burgers inhouden, zijn verboden.
        Begunstigingstussenkomsten
        Artikel 57
        Begunstigingstussenkomsten zijn tussenkomsten waarbij de lokale mandataris zijn voorspraak aanwendt om de afloop of het resultaat van een zaak of van een dossier te beïnvloeden in de door de belanghebbende burger gewenste zin. Dergelijke tussenkomsten zijn verboden.

        Artikel 58
        Tussenkomsten bij selectie voerende instanties, die tot doel hebben het verhogen van kansen op benoeming, aanstelling en bevordering in de administratie, zijn verboden.
        Lokale mandatarissen die om steun gevraagd worden door of voor kandidaten die een functie, aanstelling of bevordering ambiëren, delen betrokkene mee dat de aanstelling, de benoeming of de bevordering gebeurt op basis van de geldende normen en procedures. Zij verwijzen de belanghebbende naar de bevoegde dienst of instantie.

        Artikel 59
        Lokale mandatarissen mogen occasioneel en op eigen initiatief personen aanbevelen bij werkgevers in de particuliere sector. Ze mogen geen enkele tegenprestatie, van welke aard ook, beloven of leveren aan de betrokken werkgevers.

        Artikel 60
        De algemeen directeur neemt de nodige maatregelen opdat de dossier behandelende personeelsleden alle tussenkomsten opnemen in het desbetreffende administratieve dossier, wat ook de aard van de tussenkomst of de hoedanigheid van de tussenkomende persoon is.

        Artikel 61
        Louter informatieve vragen van algemene of technische aard worden niet beschouwd als tussenkomsten die in het administratief dossier dienen te worden opgenomen.

Namens Raad voor Maatschappelijk Welzijn,

Jef Van den Heede
Algemeen directeur - waarnemend

Filip Vanparys
Voorzitter